‘Ik ben niet met woorden bezig’ – Genomineerden Dr. Elly Jaffé Prijs over het vertalersvak

De vrijheid om je onder te dompelen in een boek, het origineel met respect vertalen én er een overtuigende Nederlandse tekst van maken, in een eigen wereld zijn en precies weten waar je naartoe moet. Anneke Alderlieste, Kiki Coumans, Martin de Haan en Liesbeth van Nes hebben geen moeite uit te leggen wat er zo mooi is aan hun vak. Ze zijn genomineerd voor de Dr. Elly Jaffé Prijs, een driejaarlijkse prijs voor de beste vertaling van een Frans literair werk in het Nederlands.

De een was minder verrast dan de ander (“Als je veel doet kom je vanzelf bovendrijven”), maar vereerd zijn ze alle vier met de nominatie voor de prijs, waaraan een bedrag van 40.000 euro is verbonden. Al had Anneke Alderlieste (1943) haar bedenkingen over de keuze om een shortlist naar buiten te brengen. “De prijs is tot nu toe altijd, hupsakee, aan één winnaar toegekend. Die kon dan bij de uitreiking een prachtig doorwrocht dankwoord uitspreken. Ik heb mevrouw Jaffé nog gekend, volgens mij wilde zij dat zo. Persoonlijk verheug ik me er niet op dat we straks allemaal in spanning zitten af te wachten wie de winnaar wordt.”

Foto: Patty Krone
Anneke Alderlieste

Alderlieste is genomineerd voor haar vertaling van het tweede deel van De Thibaults van Roger Martin du Gard, een romancyclus van twee delen, die aan de hand van twee broers de ontwikkeling van de Franse bourgeoisie aan het einde van de 19e eeuw beschrijft. Martin du Gard won er in 1937 de Nobelprijs voor Literatuur voor. Al 14 jaar lang is Alderlieste bijna uitsluitend bezig met het vertalen van zijn werk. Op dit moment werkt ze aan zijn dagboeken voor een Privé-domein.

“Ik kan de gordijnen dichtdoen. Het is heerlijk. In een hoekje zitten om iets heel zorgvuldig te doen, te borduren, dat heb ik altijd graag gedaan. Ik ben weleens bang geweest dat Martin du Gard me op een gegeven moment zou gaan vervelen. Maar ik ben juist steeds geboeider geraakt naarmate ik hem beter leerde kennen. Zijn toon, de levensechtheid, de emoties, het hopeloze onvermogen van mensen, hij weet dat zo goed over te dragen. Ik vind zijn laatste werk, Luitenant-kolonel de Maumort, het eerste dat ik van hem vertaalde, nog steeds het mooist. Het is een werk dat hij aan het einde van zijn leven schreef. Hij wist dat hij het niet zou kunnen voltooien, wat hem de vrijheid gaf open en onverbloemd te schrijven over de seksualiteit van de hoofdpersoon, een van de belangrijkste thema’s van het boek.”

Vousvoyeren

Zo gespecialiseerd als Alderlieste is Martin de Haan (1966) niet, al is hij de vaste vertaler van onder anderen Michel Houellebecq en Milan Kundera. De Haan is genomineerd voor vertalingen van vijf werken. De briefroman Riskante relaties (Les liaisons dangereuses, van Pierre Choderlos de Laclos), waarvoor hij in april de Filter Vertaalprijs won, vindt hijzelf de belangrijkste. “Ik heb er heel lang aan gewerkt, ik was een jaar over de deadline. Dat kwam omdat ik de aanpak op het allerlaatst totaal heb omgegooid. Het is een 18e-eeuwse briefroman en ik had er aanvankelijk voor gekozen om de omgangsvormen van die periode van romantiek – de elegantie, de standaard beleefdheidsfrasen – te benadrukken.

“Maar bij het teruglezen vond ik het saai. Toen heb ik een ander aspect van de roman naar voren gehaald: het libertinisme, de spelletjes, de machtsstrijd, die ook kenmerkend zijn voor het werk. Om dat uit te proberen heb ik één brief omgezet en personages elkaar bijvoorbeeld laten tutoyeren in plaats van vousvoyeren. Ik wist meteen: zo moet het. Maar het duurde wel even voordat ik besefte dat ik daardoor de hele vertaling opnieuw moest doen. Je bent een dief van je eigen portemonnee, want je krijgt er niets extra’s voor.”

Martin de Haan

Riskante relaties is een interessant voorbeeld in de richtingenstrijd over de vraag in hoeverre een vertaler zijn eigen stempel mag drukken op een werk. Aan de voetnoten die deel uitmaken van het oorspronkelijke werk, heeft Martin de Haan eigen vertalersvoetnoten toegevoegd. “Dat paste goed, vond ik, omdat het boek speelt met de vertellende instantie. Daarnaast klopte het met de periode waarin Les liaisons dangereuses werd geschreven. In de achttiende eeuw goten vertalers, als ware ‘cultureel bemiddelaars’, teksten vaak in een geheel nieuwe, aan het doelpubliek aangepaste vorm, niet zelden inclusief begeleidende voetnoten.”

Voor De Haan is het helder: “Elke vertaling levert een ander boek op. Je kunt wel zeggen dat je zomin mogelijk aanwezig moet zijn, maar een vertaler klinkt altijd door. Het is net als met uitvoerende kunstenaars, die muziek altijd in een eigen stijl vertolken. Misschien is het een psychologisch mechanisme. Als je geen behoefte hebt aan aandacht, kun je je als vertaler verschuilen achter de oorspronkelijke schrijver. Het is comfortabel. Maar ik vind dat je moet uitkomen voor wat je maakt. Niet omdat je jezelf zo uniek vindt, maar omdat het een kwestie van eerlijkheid is: dit zijn jóuw woorden, niet die van de oorspronkelijke schrijver.”

De Haan denkt hier heel anders over dan de collega-genomineerden. Anneke Alderlieste: “Je kunt alleen zo nauwkeurig en inventief mogelijk weergeven wat de schrijver heeft bedoeld.” Kiki Coumans: “Vertalen is een dienstbaar beroep. Als vertaler kun je schitteren door afwezigheid.” Liesbeth van Nes: “Het gaat erom dat auteurs tot hun recht komen. Als je langer vertaalt durf je overigens wel aanweziger te zijn”, erkent ze. “Dan heb je minder de neiging om alles gelikt en netjes te maken omdat ze anders zouden kunnen zeggen: die kan niet vertalen. Een auteur als Jean Giono schrijft soms gek. Dat moet je dan zelf ook doen. Heel soms bouw ik een grapje in. Dan gebruik ik een specifiek woord omdat ik iemand ken die dat ook gebruikt. Maar dat is nog nooit iemand opgevallen.”

Lange zinnen

Een specialisatie heeft Liesbeth van Nes (1954) niet, al kreeg ze op een gegeven moment de naam dat ze oorlogsboeken vertaalde. “Dan komt dat naar je toe. En ik wilde ooit graag werk vertalen over de Eerste Wereldoorlog. Dat vond ik een intrigerende periode. Het is me overigens maar twee keer gelukt, met De grote kudde van Jean Giono (een van de zes boeken waarvoor ze genomineerd is, gs) en Tot ziens daarboven van Pierre Lemaître. Maar dat boek is pas ver na de oorlog geschreven.”

Liesbeth van Nes

Het boek van Giono vond ze “idioot moeilijk. Het expressionisme was aan het opkomen, Giono gebruikte heel veel beeldspraak en zijn natuur zat vol emoties. Bomen en paarden hadden gevoelens, die oversloegen op mensen. Het was poëtisch, lyrisch, onbegrijpelijk! Ik wist niet goed wat ik ermee aan moest, al vond ik het wel mooi. Rondbellen voor goede raad, wat ik in zo’n situatie doe, leverde de tip op om te kijken naar werk van buitenlandse tijdgenoten van Giono. Nota bene via Ferdinand Bordewijk, die ook een beetje gekke zinsbouw gebruikt, raakte ik op het goede spoor. Ik zou nooit Chinees willen vertalen, dat staat te ver van onze cultuur af. Ik ken collega’s die Spaans vertalen en ook Zuid-Amerikaanse literatuur doen, dat lijkt mij heel moeilijk. Nederland – Frankrijk is overbrugbaar.”

Heeft de Franse taal kenmerken die het vertalen lastig maken? Liesbeth van Nes komt met hetzelfde antwoord als Martin de Haan: de lange zinnen, die eindeloos kunnen uitdijen met telkens nieuwe elementen. Van Nes: “Een voorbeeld? ‘Hij werd geboren op het platteland, in het huis van tante Marthe, bij de brug, waar de rivier een bocht maakt voor hij in de Seine stroomt, op de plek waar vroeger de meiboom stond, naast de bron, waar nu zo’n gevecht over gaande is, al beweert de burgemeester van niet, zonder te weten wie zijn vader was.’ Het Frans kan dat allemaal in een adem, in een zin bij elkaar houden. In een vertaling is mijn streven ook alles in één zin te stoppen zonder dat het raar wordt. Alleen als mijn vaste eerste lezer zegt: ‘Dit kan niet’, of ‘Ik lees hier niet in één keer wat je bedoelt’, dan pas ik het aan.”

Het is slechts een van de hobbels op de weg naar een goede vertaling. Liesbeth van Nes: “Als je begint aan een boek kan het makkelijk drie of zelfs tien keer per bladzijde gebeuren dat je je afvraagt wat de auteur bedoelt. Pas als je over de helft bent, beginnen woorden op hun plaats te vallen, gaan er palletjes om, dan heb je het door.” Anneke Alderlieste: “Hoe ouder je wordt, hoe zwaarder het is. Veel ervaring lijkt een voordeel, maar juist daardoor ben je je bewust van de eindeloze mogelijkheden en ga je twijfelen.”

Woorden

De computer heeft het leven van vertalers weliswaar makkelijker gemaakt, met online woordenboeken en de mogelijkheid van alles op te zoeken. Alderlieste: “Dan zoom je in op Google Street View en weet je, aha, zó ziet dat straatje eruit.” Maar het is makkelijk te onderschatten hoeveel inlezen, inleven, speurwerk en puzzelen komt kijken bij het vertalen van een tekst.

Kiki Coumans

“Ik ben niet met woorden bezig”, zegt Kiki Coumans (1971) zelfs, op het eerste gezicht een bijzondere opmerking in een vak waar het daarom juist allemaal lijkt te draaien. Maar ze kan het uitleggen: “Ik ben op zoek naar datgene waar de taal naar verwijst. Ik heb te maken gehad met boeken met meer dan honderd plantennamen, met breitechnieken, met vele vissoorten. Maar ik heb nog nooit een woord gebruikt zonder te weten waarnaar het verwijst. Ik moet het voor me zien. En neem bijvoorbeeld een uitdrukking. In welke context wordt die gebruikt, hoe vaak, door wat voor mensen? Dat wil ik heel precies weten.”

Om tot de juiste vertaling van een tekst te komen gaat ze, net als de collega’s, ook af en toe te rade bij de auteurs, als die nog leven dan. Soms komt de hulp uit een koptelefoontje. De Afghaans-Franse schrijver Atiq Rahimi liet Coumans horen welke muziek het ritme van zijn boek had bepaald. Toen wist ze hoe de zinnen moesten lopen.

Coumans vertaalt proza en poëzie (“proza overdag, poëzie in de avond”) en heeft haar nominatie onder andere te danken aan de vertaling van vijf avant-gardistische, experimentele werken. Zelf is ze heel blij met Het raam gaat open als een sinaasappel van Guillaume Apollinaire. “Hij heeft visuele gedichten gemaakt, waarbij hij tekent met letters. Hij is trouwens een uitzondering op de regel dat research altijd nodig is. Zijn werk zou ik blind kunnen vertalen, ook als ik niets van hem wist. Alles zit in zijn taal, zijn ritme, zijn woordkeus.”

Moedertaal

Martin de Haan: “Houellebecq heb ik ooit benaderd om te begrijpen in hoeverre hijzelf vond dat zijn boeken ironie bevatten. Met die informatie maak je keuzes die je anders misschien niet maakt. Ik spring helemaal in de schrijver. Ik wil weten wat hem of haar beweegt. Dat is erg verhelderend en nuttig. Milan Kundera is een ex-Tsjech die in het Frans schrijft. Bij sommige dingen vraag ik me af of hij ze expres zo heeft geschreven, of dat het toch komt omdat Frans niet zijn moedertaal is. Dat leg ik dan voor. Je betrapt schrijvers ook wel op fouten of inconsequenties. Sommigen willen dat die verbeterd worden, anderen vinden dat het moet blijven als in het origineel.”

“Ik heb Frankrijk leren kennen doordat ik heel veel verschillende auteurs heb vertaald”, zegt Liesbeth van Nes. “Ik ben altijd op reis. Voor Giono ging ik naar de Provence bijvoorbeeld. Hij schrijft op een gegeven moment over de rode aarde. Daar zie je die aarde opeens en vallen dingen op hun plaats.” Het reizen bedoelt ze niet altijd letterlijk. “Lemaître schreef zijn boek over de Eerste Wereldoorlog nadat die allang voorbij was. Het huis in Parijs en de loopgraaf waaraan hij refereerde, daar kon ik niet veel mee. In zijn geval kwam ik verder via de boeken waaruit hijzelf inspiratie heeft geput.”

Anneke Alderlieste heeft meermalen gelogeerd in het Château du Tertre in Sérigny, de prachtige studeerkamer gezien waar Roger Martin du Gard werkte en in haar handen gezeten met de geschreven teksten. “Hij heeft zelf veel geschreven over hoe hij wilde schrijven. Hij vond het belangrijk dat eerst het huis stond, evenwichtig, met goede fundamenten, een architectonisch geheel. Daarna kwam pas de stijl aan de beurt. Fond et forme. Ik probeer de vertaling hetzelfde evenwicht, dezelfde vloeiendheid te geven.”

De “heerlijke vrijheid om je drie maanden onder te dompelen in een boek”, zoals Liesbeth van Nes het omschrijft, weegt voor haar ruim op tegen de mindere kanten van het werk. “Reclames vertalen is een stuk lucratiever, maar dan vallen ze je drie keer per dag lastig. Ik ben trouwens heel dankbaar, schrijf dat maar op, dat de Auteursbond er is om onze belangen te behartigen en over redelijke vergoedingen te overleggen, want als je dat allemaal zelf moet doen haal je je deadline nooit.” Dankbaarheid uiten de vertalers ook spontaan jegens hun uitgevers, die kostbare projecten zijn aangegaan en zich zo nauw betrokken tonen bij het werk van hun vertalers. Stof genoeg kortom voor het dankwoord dat de winnaar van de Dr. Elly Jaffé Prijs op 31 mei zal uitspreken. Al zal het dit keer minder doorwrocht zijn dan bij vorige edities, maar geïmproviseerd of voorgedragen van een haastig uit de binnenzak getrokken velletje papier.

Door Gertie Schouten

Nederlandse inzendingen Astrid Lindgren Memorial Award

De Schrijverscentrale, Toon Tellegen, Marit Tornqvist en de Internationale Jugendbibliothek in München zijn door de Auteursbond gekozen als inzending voor de prestigieuze Astrid Lindgren Memorial Award. De jaarlijkse Astrid Lindgren Memorial Award  wordt toegekend aan ‘werk van de hoogste kwaliteit, en in de geest van Astrid Lindgren’. Dat kan werk zijn van een schrijver, een illustrator of een lees-bevorderende instelling of persoon. De Schrijverscentrale  is voorgedragen de categorie lees-bevorderende instelling. Toon Tellegen vertegenwoordigt Nederland in de categorie schrijvers. Marit Tornqvist is voorgedragen als buitenlandse auteur/illustrator, en de Internationale Jugendbibliothek in München als buitenlandse lees-bevorderende instelling.

Het contact tussen auteurs en lezers, vooral auteurs en kinderen is van wezenlijk belang voor cultuureducatie. Daarom is De Schrijverscentrale  voorgedragen, die een onmisbare plaats inneemt in de verspreiding van literatuur en kennis van literatuur, door het organiseren van duizenden bezoeken van auteurs aan scholen en andere instellingen. Een instituut als de Schrijverscentrale is uniek in de wereld.

Toon Tellegen is vooral bekend met zijn wonderlijke en filosofische korte verhalen over dieren, maar hij produceert ook gedichten en romans. Zijn werk is zowel voor kinderen als volwassenen interessant. Het behandelt alle aspecten van leven en dood, is toegankelijk, maar heeft ook diepgang en biedt ruimte voor interpretatie.

Marit Törnqvist is niet alleen voor haar schitterende teksten en illustraties voorgedragen, maar ook voor haar baanbrekende, door kunst en liefde gedragen werk voor vluchtelingen over de gehele wereld.

De Internationale Jugendbibliothek is de grootste kinderboekenbibliotheek ter wereld, en een wereldwijd erkent kenniscentrum.

De kandidaten worden voorgedragen door internationale organisaties die zich bezighouden met kinder- en jeugdliteratuur. In Nederland mogen naast de Auteursbond mogen ook IBBY, het Letterenfonds, SQWBI en Guus Kuijer, de prijswinnaar uit 2012, genomineerden voordragen. De winnaar van de Astrid Lindgren Memorial Award wordt volgend jaar bekend gemaakt.

49e Poetry International Festival Rotterdam

Een ontmoeting met een gedicht is niet zonder gevaar. Ineens zijn daar die regels die je je leven lang bijblijven. Voor je het weet ben je een ideaal rijker. Zo een waarvan je niet wist dat het je paste. Dan moeten de bakens worden verzet, gedachten omgegooid en dromen nagejaagd. Ja, pas maar op voor dichters. Voor de 49e keer komen ze van ver naar Rotterdam, hun tassen vol met precies die verbijsterende, hoop gevende, boos makende, verbindende en ontregelende regels. Ieder gedicht een wereld op zich. Er valt dus heel veel te ontdekken, te ontmoeten, na te praten en te vieren op het 49e Poetry International Festival Rotterdam. Meet between the lines!

Achttien dichters, veertien landen en elf talen brengt het 49e Poetry International Festival dit jaar samen. De festivaldichters zijn jonger dan ooit en mengen zich met hun gedichten in menig actuele discussie. Of het nou gaat over ecologie en duurzaamheid, racisme, diversiteit en gender, over politiek, waar her en der de waanzin regeert of over maatschappij-ontwrichtend geweld, ze laten het achterste van hun tong zien met strijdbare, uitdagende poëzie. Poëzie die midden in de realiteit staat maar onze blik op die realiteit ook beïnvloedt.

Alle dichters geven een of meerdere lezingen, de voordrachten beginnen steeds om 20:00 uur. Voorafgaand worden er elke festivalavond om 18:30 uur dichters geïnterviewd, door Hassnae Bouazza, Daan Doesborgh, Janita Monna en Tsead Bruinja. In de specials later op de avond onderzoeken festivaldichters samen met gastdichters en –sprekers bijzondere fenomenen in de actuele poëzie. Zo staat in Van tevoren bedacht het schrijven of voordragen volgens een bepaald concept centraal. In De staat van de poëzie wordt de vitaliteit van de actuele Nederlands- talige poëzie getoond, en bevestigd met de uitreiking van de C. Buddingh’-prijs. In Poetry of a Nation / A Nation of Poetry spreken de dichters over poëzie die nationale identiteit omarmt of juist verwerpt en met Cross-over Closing mengt de poëzie zich met andere kunsten als muziek, film, dans en beeldend werk.

Algemene Leden Vergadering Auteursbond 16 juni

Op zaterdagmiddag 16 juni vindt de Algemene Ledenvergadering van de Auteursbond plaats in De Balie in Amsterdam. Zoals vanouds wordt deze gecombineerd met de ledenvergadering van Lira. Leden ontvangen binnenkort de agenda, het jaarverslag en overige documenten in hun mailbox.

Verslag ALV en Boyer-lezing

Op zondagmiddag 15 april werd de Algemene Ledenvergadering gehouden in De Brakke Grond in Amsterdam. De vergadering werd gevuld met geanimeerde gesprekken over de beroepspraktijk van onze leden, en hoe de Auteursbond daar een verdere bijdrage aan kon leveren. Natuurlijk bespraken we ook de stappen die we dit jaar ondernamen in het behartigen van de belangen van onze leden – onder andere op het gebied van het verstrekken van speel-licenties in het buitenland.

Aansluitend werd de Marian Boyer – lezing gehouden door auteur, toneelspeler en theatermaker Willem de Wolf. De Wolf deed een weide greep in de wereldgeschiedenis en filosofie, combineerde Woody Allen met Stalin, stelde vragen over illusie en waarheid in de kunsten, en liet ons, om kort te gaan, verzadigd en geprikkeld achter. De volledige tekst van de lezing is te lezen op theaterkrant.nl. Wie Willem liever in actie ziet kan binnenkort de lezing op Youtube bekijken.

Na de lezing werd de Marian-Boyer trofee uitgereikt door het Platform Theaterauteurs aan Marlies Oele voor de manier waarop Oele met de Uitgeverij International Theatre & Film Books al ruim twintig jaar nieuw repertoire ondersteunt en toneelgeschiedenis documenteert.

Adverbiale kwesties

Een Belgische vertegenwoordiger van het spoorbedrijf vertelde over een jammere gebeurtenis. Mijn Vlaams is wat roestig, maar volgens mij is jammer ook bij onze taalgenoten een bijwoord. Echt een trend is het niet, denk ik, meer een fenomeen dat nooit helemaal weg is. Mijn wegge OV-kaart hoorde ik ook laatst. Mijn affe werkstuk, ook gehoord. Een ‘hele’ mooie dag is zelfs bijna de norm. Ik moet ermee leven. Sterker nog, de stemmen van degenen die stellen dat ik niet zo strikt moet zijn, worden talrijker. Taalpurist zijn is uit, wijst op ‘hele erge’ karakterologische dingen.

Nee, dan de Fransen en de Engelsen, die hebben nog herkenbare bijwoorden. Daar moet er nog ‘ment’ of ‘ly’ achter plakken. Luns probeerde dat indertijd nog in het Nederlands met zijn hees uitgesproken ‘bepaaldelijk’. Als je een ‘bijwoordachtervoegsel’ hebt, dan kan je ook gewoon een bijwoord maken van een bijvoeglijk naamwoord. Ready wordt dan gewoon readily. Kan ik meteen mijn liefste Engelse woord laten zien: apprehensive wordt gewoon apprehensively.

De Nederlandse vertaling ‘beducht’ is trouwens ook niet mis maar ‘beduchtelijk’ mag helaas niet.

Vaar goed, o nee, vaarwel.

Schrijvers vragen aandacht voor auteursrechten

23 april is de Internationale Dag van het Boek en de Auteursrechten. Om de aandacht te vestigen op auteursrechten, rechten die van levensbelang zijn voor álle schrijvers, werd in opdracht van de Auteursbond een filmpje gemaakt met in de hoofdrollen Mano Bouzamour en Franca Treur.

Tijdens een vrolijke fietstocht door Amsterdam ontmoeten ze Kluun, Maria Goos, Isa Hoes en Hanna Bervoets en doen ze een bijzondere ontdekking. ‘Auteursrechten krijg je niet cadeau,’ luidt de clou. Het script van de film, waarin volop wordt verwezen naar hoogtepunten uit de Nederlandse cinema en literatuur, werd geschreven door Karin van der Meer en de regie was in handen van Pieter Bart Korthuis.

Legaal aanbod

Auteursrecht staat wereldwijd onder druk. Door digitalisering, illegale verspreiding van content en onduidelijke regelgeving lopen schrijvers en vertalers inkomen mis. Voor steeds meer auteurs wordt het moeilijker om te leven van hun werk. Als beroepsvereniging lobbyt de Auteursbond voor eerlijke vergoedingen, betere wetgeving en duidelijke afspraken met exploitanten. De Auteursbond roept ook consumenten op om te kiezen voor een legaal aanbod. Vorig jaar verscheen hierover een ander spotje met o.a. Arthur Japin, Jessica Durlacher en Alma Mathijsen.

Wereldboekendag

De Internationale Dag van het Boek en de Auteursrechten, ook bekend als Wereldboekendag, is een evenement dat jaarlijks wordt gehouden door UNESCO ter promotie van het lezen en auteursrechten. 23 april is een symbolische datum in de literaire wereld, want in 1616 stierven op deze dag drie van de grootste schrijvers van hun tijd: Miguel Cervantes, William Shakespeare en Inca Garcilaso de la Vega.

Alternatieve inkomstenbronnen

De dood van de literatuur en het einde van het boek zijn al vaak aangekondigd. Maar ondanks deze sombere voorspellingen constateert de Raad voor Cultuur in zijn advies ‘De daad bij het woord’ dat de wereld van de letteren en bibliotheken springlevend is. Het lezen verandert weliswaar en het aantal boekenlezers neemt voortdurend af, maar er blijft een onuitroeibare behoefte bestaan aan het vertellen, lezen of beluisteren van verhalen.

In zijn advies heeft de raad de belangrijkste ontwikkelingen binnen de letterensector op een rij gezet en geanalyseerd. Kort samengevat: het boekenvak herstelt zich na zeven crisisjaren; de raad ziet nieuwe initiatieven opbloeien in de uitgeverij, de boekhandel, de bibliotheek en op literaire podia; het ‘sociale lezen’ is in opkomst, leesclubs – online en offline – floreren.

Een punt van grote zorg blijft het geringe leesplezier onder jongeren en de dalende leestijd, ook onder jongvolwassenen. Het thuismilieu speelt hierin een bepalende rol. Wie opgroeit in een huis zonder boeken, als kind zelden werd voorgelezen en zijn ouders niet ziet lezen, kan op school en in zijn latere leven steeds moeilijker voor de letteren gewonnen worden.

Voor een gezonde toekomst van de sector is de inbreng van ouders, bevlogen leesambassadeurs in het onderwijs en de bibliotheek, dus van cruciaal belang. De raad constateert dat initiatieven voor leesbevordering op dit moment onvoldoende effectief zijn. Die zouden meer moeten aanhaken bij de cultuur van de niet-lezer. Maak bijvoorbeeld gebruik van games, speel in op populaire fantasy-series als ‘Game of Thrones’ of haak aan bij de spoken word- scene die er wel in slaagt om jonge mensen enthousiast te maken voor de letteren.

Alternatieve inkomstenbronnen

Daarnaast ziet de raad dat auteurs en vertalers steeds moeilijker hun brood kunnen verdienen (in 2014: gemiddeld bruto jaarinkomen 6.500 euro onder modaal). Steeds vaker moeten zij op zoek naar alternatieve inkomstenbronnen, ook buiten het letterenveld. Zij vormen zich bijvoorbeeld om tot literaire performers, geven schrijfcursussen of schrijven jaarverslagen voor een bank of verzekeraar. Literaire festivals hebben helaas vaak onvoldoende middelen om de optredende schrijvers fatsoenlijk te kunnen betalen.

Ook vraagt de raad aandacht voor de afnemende fijnmazigheid van het bibliotheeknetwerk. Bibliotheken hebben moeite zich te handhaven, vooral in dunbevolkte gebieden. De ‘aanrijtijd’ is in veel gemeenten toegenomen. De raad roept gemeenten en provincies op om te zorgen voor een hoogwaardige bibliotheekvoorziening met een palet aan functies op het gebied van onder meer ‘lezen en literatuur’, ‘ontwikkeling en educatie’ en ‘ontmoeting en debat’. Veel bibliotheken missen expertise, personeel en geld om hieraan invulling te geven. Een goed ingerichte bibliotheek is een basisvoorwaarde voor de ontwikkeling en het behoud van geletterdheid.

De raad doet in zijn advies een dringende oproep aan de sector om lezers met uiteenlopende culturele achtergronden aan te spreken. Het is onaanvaardbaar dat een steeds groter deel van de Nederlandse bevolking zich niet kan herkennen in de literaire producten die er in het eigen taalgebied worden gemaakt. Schrijfopleidingen zouden daarom actiever op zoek moeten gaan naar studenten met een cultureel diverse achtergrond, en uitgeverijen zouden hiermee meer rekening moeten houden bij de werving van nieuwe auteurs.

Lees het rapport.

Vertalersgeluktournee 2018

Nino Haratischwili, Yasmina Reza, Paolo Cognetti, Dubravka Ugrešić, Daniel Kehlmann, Elly Schippers, Jantsje Post, Floor Borsboom, Eef Gratama, Patty Krone, Yond Boeke, Roel Schuyt en Josephine Rijnaarts: dertien genomineerden voor de Europese Literatuurprijs 2018, waarvan u vijf namen waarschijnlijk meteen herkent. Wilt u meer horen over de romans op de longlist? Nieuwe Europese auteurs ontdekken? En de schaduwkunstenaars achter deze romans ontmoeten? Kom dan in april of mei naar de Vertalersgeluktournee.

De literair vertaler is misschien wel de meest nauwkeurige lezer van een roman; elke zin en ieder woord is meerdere malen door zijn of haar handen gegaan. Tijdens de tournee trekken de voor de Europese Literatuurprijs genomineerde vertalers langs boekhandels door het hele land om met lezers en literatuurliefhebbers over de door hen vertaalde romans in gesprek te gaan. Ze vertellen over de keuzes die ze maken tijdens het vertalen, de dilemma’s waar ze voor komen te staan en het contact met de oorspronkelijke auteur. De jonge vertalers van de Vereniging van Nieuwe Vertalers verzorgen tijdens de tournee interactieve entr’actes.

De Vertalersgeluktournee start op maandag 16 april in Groningen, en doet achtereenvolgens boekhandels in Amsterdam, Breda, Heemstede, Amsterdam, Maastricht, Nijmegen en Utrecht aan.

Bekijk de tourneedata

Stuur jouw stuk in voor Toneelschrijfprijs 20180

Nieuwe toneelteksten, die in het seizoen 2017-2018 (tussen 1 juli 2017 en 1 juli 2018) in première zijn gegaan, kunt worden ingezonden voor de Toneelschrijfprijs 2018.

De Taalunie Toneelschrijfprijs heet vanaf 2018 – kort en krachtig – de Toneelschrijfprijs. Deze prijs heeft als doel de Nederlandstalige toneelschrijfkunst en de opvoering van Nederlandstalig toneelwerk te stimuleren. De prijs bedraagt 10.000 euro en wordt uitgereikt aan de auteur van een oorspronkelijk Nederlandstalig toneelwerk. Kinder- en jeugdtheater zijn nadrukkelijk inbegrepen. De prijs geeft een auteur de kans om zijn of haar schrijverschap verder te ontwikkelen.

Vanaf dit jaar zetten naast de Taalunie ook het Fonds Podiumkunsten / Nederlands Letterenfonds en het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL) hun schouders onder dit initiatief. Het VFL en het Fonds Podiumkunsten/Nederlands Letterenfonds staan in voor de praktische organisatie. De Taalunie blijft een financierende rol spelen. Deze verschuiving past in het kader van de intensievere samenwerking tussen deze partners voor de promotie van de Nederlandstalige literatuur en toneelschrijfkunst binnen het volledige taalgebied.

Lees meer >