Nieuws

Dankwoord Walter van der Kooi bij uitreiking Zilveren Pen

6 maart 2017

Op 26 februari 2017, tijdens de uitreiking van de Zilveren Krulstaarten, ontving Walter van der Kooi, journalist en recensent bij de Groende Amsterdammer, de eerste Zilveren Pen, een onderscheiding voor het zichtbaar maken voor scenarioschrijver. Bij  de uitreiking sprak hij het onderstaande dankwoord uit.

Oude man krijgt onderscheiding; onderweg naar de uitreiking trekt zijn leven aan hem voorbij. Dat is de logline van Ingmar Bergmans WILDE AARDBEIEN, een verpletterende ervaring voor een eerstejaars geschiedenisstudentje in 1957. Nee, ik waan me niet de deftige dokter Borg en de Zilveren Pen niet diens eredoctoraat in de medicijnen, hoe eervol ik hem ook vind. Maar ik dacht wel terug. Aan mijn eerste script. Waarschijnlijk Jan Klaassen en Katrijn – Who’s afraid of Virginia Woolf voor kinderen. Poppenkast op de Dam, 1946. Dat vormde het begin van een levenslange fascinatie voor verhalen. Fascinatie die ik met bijna alle mensen in alle tijden deel. Wij bestaan door en voor verhalen, al dan niet gespeeld. Van schepping via Odyssee tot hiernamaals – en alle menselijks daartussen. Drama kan een achttienjarige enigszins doen beseffen wat het is tachtiger te zijn; een man zich doen verplaatsen in een vrouw, hetero in homo, lichte in donkere huidskleur, welvaartsburger in vluchteling. Drama kan leiden tot empathie, begrip, soms zelfs tot actie; maar het levert veel meer: schoonheidservaring,  verstrooiing, kennis, inzicht en zelfinzicht, escape, gein en troost. Bespottelijk dat te melden aan u die zelf verhalen maakt. Waar ík dan weer een jaloers respect voor heb. Ik schrijf over wat u schrijft, wat toch een beetje sneu parasiteren is. Al misvormt die jaloezie hopelijk mijn oordeel niet. Wat ook helpt is talent voor bewondering.

In ons arbeidersgezin waren geen kunsten behalve muziek. Grootvader, aanhanger van Domela, ging met mijn vader aan het handje naar de tuin achter het Concertgebouw waar ze achter de heg luisterden naar Beethoven. Ik ging naar de Volksmuziekschool. Verheffing, een socialistisch cultuurideaal. Ik mocht doorleren en kwam dankzij bevlogen leraren in aanraking met andere Muzen. Toneel ging ik als scholier en student zelf spelen en regisseren. Ik deed dramaturgie als bijvak. Met vrienden zag ik al wat bewoog op de planken, van uitgebluste Nederlandse Comedie tot internationale avant-garde, met dank aan Ritsaert ten Cates Mickery. Actiegroep Tomaat brak het bestel open, honderd bloemen bloeiden. Wie, zoals ik uit maatschappelijke overwegingen politiek vormingstoneel bepleitte kon van de sokken worden geblazen door Deafmans Glance van Bob Wilson, een esthetische ervaring die haaks op Proloog stond. Nic Brink en Ruud Engelander schreven erover in De Groene en vroegen me in 1970 mee te doen. Ik probeerde het en kreeg vertrouwen van redacteur Max Arian. Zo is het gekomen, dankzij een specifiek soort westerse beschaving in de vorm van sociaaldemocratie en democratisering van onderwijs. Dankzij vrienden, mazzel en een beetje talent.

Maar tv-drama dan? In 1965 won ik een tv-toestel. Mijn studentenkamer liep vol vrienden voor JA ZUSTER, NEE ZUSTER. We voelden nauwelijks het dedain jegens televisie, dat heersend was onder een intellectueel-artistieke elite. We zagen Hoge Kwaliteit voor een massapubliek. Later besefte ik pas echt: elke toneelvoorstelling krijgt in elke krant een recensie van een gespecialiseerde toneelrecensent. Elke speelfilm (ook de buitenlandse, ook de beroerde) krijgt een recensie van een gespecialiseerde filmcriticus. Maar televisiedrama, met zijn enorme bereik, kreeg nauwelijks of geen serieuze aandacht.

Zo ging ik over televisie schrijven. Omdat het democratischer is dan theater; en omdat het de potentie had met Schoonheid en Waarheid een massaal publiek te bereiken. Ik was geraakt door een prachtinterview met Dennis Potter, die de mogelijkheid beschreef van een klassen doorbrekende ‘common culture’ van hoog niveau. Met zijn fabelachtige scenario’s maakte hij dat zelf waar. Maar ook al zijn onze hooggestemde idealen achterhaald en verzwolgen in een zee van commercialisering en platvloersheid; ook al zijn mijn toenmalige drijfveren de uwe niet omdat drama louter als middel voor een maatschappelijk doel wel erg armzalig is – dan nog blijft overeind dat tv-drama een kunst- en/of amusements- en/of communicatievorm is die serieuze reflectie verdient. Dat geldt uiteraard ook  het scenario, want meer dan de speelfilm is tv-drama een ‘writers medium’. Of zou dat moeten zijn. Scenario is fundament en ruggengraat van elke dramaproductie.

In de decennia dat ik over tv-drama schrijf is de kwaliteit indrukwekkend gestegen. Zozeer dat het gemiddeld een hoger niveau heeft bereikt dan de speelfilm. En dat over de breedte, van arthouse-achtige tv-variant tot B-filmachtig werk voor groot publiek. Zowel voor de tienminutenfilms van Kort! als voor de veeldelige serie, en alles daar tussenin. ‘Wellmade’ is haast vanzelfsprekend geworden en dat is een mirakel in een calvinistisch land, dat op Vondel en Heijermans na geen toneelschrijftraditie had toen de televisie kwam. En dat een bizar versnipperd omroepbestel kende. Ik zou namen kunnen noemen, van pioniers tot huidige coryfeeën, maar doe dat niet. Omdat onder de Himalaya-toppen zich een middengebergte van scenaristen heeft gevormd. En omdat kwaliteitsvergelijking in de kunsten per definitie arbitrair is. Maar zet op een rij alle dramagenomineerden voor de Nipkowschijf, voor de LIRA-scenarioprijs, voor de Krulstaart – en u hebt een indrukwekkend tableau. Dat incompleet is, omdat ik vaak in Kort!, One Night Stand, Kind en kleur, series, Telefilms en andere dramavormen prachtproducties heb gezien die niet uitverkoren werden. En dan zijn er soms indrukwekkende eindexamenproducties van filmopleidingen. Trouwens, in drama voor kinderen staat Nederland aan de wereldtop. Artistiek en qua relevante themakeuze.

Aan wie is die bloei te danken? Aan omroepen die gingen samenwerken. Aan drama-afdelingen. Aan het Mediafonds, dat zijn bestaansrecht alleen al heeft waargemaakt door fatsoenlijke betaling van scenaristen te eisen. Aan LIRA, waarvan de prestigieuze prijs helaas moest verdwijnen. Aan andere instanties die ik niet noemde. Maar altijd draait het uiteindelijk om bevlogen personen die de goede zaak belichamen. Zoals het, inzake scenario schrijven, uiteindelijk altijd draait om de individuele auteur en haar of zijn talent. Talent dat er volop bleek te zijn toen er een structuur was gecreëerd waarin het zich kon en kan ontplooien. Al zijn er gevaren, waarvan ik alleen noem de dominantie van het formuledrama (waarvoor trouwens veel vakkunde nodig is) ten koste van de hoogstpersoonlijke stem van de auteur. Die soms verwaait tussen eerste versie en eindresultaat.

En verder ben ik van mening dat het een gotspe is dat er nog altijd geen Gouden Kalf Beste TV-scenario bestaat. Dat Carthago nooit verwoest had moeten worden en dat, in het verlengde daarvan, de opheffing van het Mediafonds een ernstig geval van kapitaal- en expertisevernietiging is en een knieval voor populisme, ook dat van ‘beschaafde’ partijen. Al zou het alleen maar zijn omdat dat Fonds nadrukkelijk recht probeerde te doen aan de veelkleurigheid van de maatschappij (zie, hier verraad ik toch weer een geheime agenda inzake tv-kunst).

Ik begrijp dat ik de Pen krijg voor mijn werk in De Groene. In wijlen Toneel/Teatraal en in de evaluaties bij het Mediafonds had ik veel meer ruimte voor het scenario. Maar ook dat dankte ik aan mijn werk in De Groene Amsterdammer. Het is een eer in dat oude en springlevende, bloeiende weekblad te mogen schrijven.

Dames en heren, ik dank Netwerk en bestuur voor deze toekenning. Ik was compleet verrast en voel me buitengewoon vereerd. Positief beoordeeld worden door degenen die jij beoordeelt en vaak bewondert – het is geweldig. Ik ervaar deze Pen als een pas echt koninklijke onderscheiding. Mijn zomer is voorbij maar deze Indian Summer is des te mooier. Wordt het geen tijd te stoppen, vroeg iemand: die Pen is een mooie aanleiding. Argwanend dacht ik even dat uw Netwerk en Xandra Schutte onder één hoedje speelden: een prijs en wegwezen man. Maar dan ben ik mijn hobby kwijt. Hobby, want ik was een leven lang docent. Mijn argwaan bleek totaal ongegrond.

Van veel groter belang is dat u doorgaat. Met het schrijven van verhalen, voor scherm of zaal.  Verhalen die in barre tijden, waarin Waarheid, Schoonheid en Kwaliteit geminacht en verdacht worden, harder nodig zijn dan ooit. Ik hoop ze nog een tijdje te bekijken, met opener oog en hart dan toen ik begon, en u te laten weten: ‘het is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven’.