Nieuws

Zorgelijk: uitgever wijzigt vertaling tegen wens vertaler

13 november 2018

Door Maarten van de Werf

Kortgeleden werd bekend dat uitgeverij De Geus bij de uitgave van de vertaling van het pamflet The Fire Next Time van James Baldwin (Niet door water maar door vuur, vertaling Harm Damsma)  tegen de uitdrukkelijke wens van de vertaler de woorden ‘blank’ en ‘neger’ heeft vervangen door ‘wit’ en ‘zwart’. Damsma vertelt op VertaalVerhaal hoe het is gegaan:

“Aan de uiteindelijke publicatie van dat boek was een periode voorafgegaan van eindeloos gesteggel met de redacteur van dienst, die weigerde de vertaling zoals ik die had ingeleverd uit te brengen, omdat er twee woorden in voorkwamen die naar het oordeel van de voltallige uitgeversstaf door bepaalde lezers als kwetsend zouden kunnen worden opgevat. Om een einde aan de impasse te maken ben ik uiteindelijk akkoord gegaan met de ingrepen waarop werd aangedrongen, op voorwaarde dat in het boek een toelichting op de gehele gang van zaken van mijn kant zou worden opgenomen.” (De toelichting is te lezen op VertaalVerhaal; hieronder wordt daaruit geciteerd.)

Wie het nieuws enigszins bijhoudt is ervan op de hoogte dat de gebruikte woorden inmiddels inderdaad omstreden zijn en door sommige media niet meer worden gebruikt. Of dat goed of slecht is, daar kun je over discussiëren. Maar de taak van de vertaler is altijd dezelfde: hij moet zich voegen naar wat het boek van hem vraagt, en je mag verwachten dat hij daarin op grond van kennis en ervaring de juiste keuzes maakt.

Wat zorgen baart is dat de uitgever in dit geval op de stoel van de vertaler gaat zitten. Daarmee trekt hij allereerst de professionaliteit van de vertaler in twijfel: Harm Damsma is een gerenommeerd literair vertaler die, zoals ook blijkt uit zijn getuigenis op VertaalVerhaal, zorgvuldige afwegingen maakt over het woordgebruik in het boek. Zo ook hier: Baldwin gebruikte het woord ‘Negro’ in The Fire Next Time. In de jaren die daarop volgde raakte het woord in onbruik, ook bij Baldwin. Dat is volgens Damsma reden om het woord hier wel te vertalen met ‘neger’:

“In de jaren zestig zeiden verreweg de meeste Amerikanen dus (nog) ‘negro’ als ze het over zwarte mensen hadden. Ook die zwarte mensen zelf. Gewoon omdat dat het gangbare, neutrale, fatsoenlijke woord was. Maar binnen het tijdsbestek van nog geen tien jaar veranderde dat volledig. Ook bij James Baldwin. In zijn roman If Beale Street Could Talk uit 1974 komt geen enkele keer meer het woord ‘Negro’ voor (terwijl het boek meer dan twee keer zo dik is als The Fire Next Time). Zo krachtig hadden de protesten van de Black Power-beweging binnen de Amerikaanse samenleving blijkbaar doorgewerkt. […] Baldwins veelvuldige gebruik van het woord ‘Negro’ in The Fire Next Time is een te opvallend stilistisch verschijnsel om over het hoofd gezien te worden, en mag alleen al om die reden niet door een vertaler worden genegeerd. Bovendien is het historisch gezien een relevant gegeven, omdat het de ophanden zijnde omslag in taalgebruik markeert en, in combinatie met het eveneens door De Geus heruitgegeven Beale Street, treffend illustreert. […]’

Maar het Nederlandse woord ‘neger’ dan? Was dat dan niet besmet? Nee, volgens Damsma: “Ik heb daarom het woord ‘Negro’ vertaald met ‘neger’, omdat dát toentertijd het gebruikelijke, waardevrije woord was dat door fatsoenlijke mensen in Nederland – witte én zwarte – werd gebezigd.” Damsma geeft verschillende voorbeelden, waaronder dat van Frans Martinus Arion in de bundel Stemmen uit Afrika (1978): ‘een neger oud / vertoonde kluchten  / aan een tandeloze negerin’.

Of men het nu met Damsma eens is of niet, het lijkt mij duidelijk dat de vertaler zich hier uitstekend van zijn taak heeft gekweten: hier is geen sprake van het rücksichtslos vasthouden aan een oude notie, hier is sprake van een gewetensvolle afweging. De vertaler heeft in alle opzichten voldaan aan de eerste vereiste in het Literair modelcontract: “een naar inhoud en stijl getrouwe en onberispelijke Nederlandse vertaling”. Hij heeft gekozen wat het boek van hem vroeg.

De vertaler is eigenaar van zijn werk: in de Berner Conventie van 1886, de basis van ons auteursrecht, wordt aan de vertaler dezelfde status toegekend als aan de auteur van een oorspronkelijk werk. De uitgever heeft in dit geval niet alleen de gewetensvolle afweging van de vertaler ondergeschikt gemaakt aan een efemeer marketingargument – de gewenste doelgroep stelt het misschien niet op prijs – maar was ook verder niet tot compromis bereid. Zoals Damsma rapporteert:

“De uitgeverij vreest namelijk dat met name jongere lezers van nu bij vluchtige lezing aanstoot zullen nemen aan de termen ‘neger’ en ‘blanke’, simpelweg omdat zij geen besef hebben van de historische context waarin zij (door Baldwin!) gebezigd worden. Dat laatste is alleszins begrijpelijk en kan hun onmogelijk kwalijk worden genomen. Maar mijn voorstel om daarom bij mijn oorspronkelijke vertaling (dus inclusief de twee gevoelig liggende woorden) een uitgebreide toelichting af te drukken, is door de uitgever van de hand gewezen: de beoogde lezers zouden om te beginnen niet de moeite nemen zo’n uitleg te lezen en daar bovendien niet ontvankelijk voor zijn.”

De vraag in welk boek welke woorden gebruikt moeten worden is legitiem. Daar mag binnen de uitgeverij en in de bredere samenleving zeker over worden gedebatteerd. Maar uiteindelijk is de vertaler soeverein: hij of zij dient het laatste woord te hebben over zijn of haar vertaling. Dat principe heeft de uitgever hier met voeten getreden. Damsma:

“In mijn vertaling, die als het goed is stilistisch eerder de sfeer van de jaren zestig ademt dan ‘de taal van het Nederland van nu’ (zoals de uitgever het in een preambule wil doen voorkomen), detoneren de woorden ‘wit’ en ‘zwart’ als absolute anomalieën, als irritante fremdkörper, waarmee bovendien een historisch belangrijk feit onder het tapijt wordt geveegd. In mijn ogen wordt hierdoor afbreuk gedaan aan de rol die Baldwins geschrift zou kunnen spelen in het zuiver voeren van het huidige racismedebat”.

We zijn hier getuige van een zorgelijke ontwikkeling: de redactie van uitgeverij De Geus heeft besloten om uit commerciële pr-motieven de doorwrochte en onderbouwde keuze van een vakkundig literair vertaler van tafel te vegen. Dat is funest voor vertaler Damsma, voor de beroepsgroep, voor de literatuur als geheel en voor Baldwins essay in het bijzonder. Dat de vertaler blijkbaar onder druk met de wijzigingen akkoord is gegaan, doet daar niets aan af.

Lees Damsma’s volledige toelichting op VertaalVerhaal.