Nieuws

AOV voor zelfstandigen, maar hoe dan?

8 juli 2019

Er moet een vangnet komen voor arbeidsongeschiktheid bij zelfstandigen die zich nu geen verzekering kunnen veroorloven, maar de uitwerking van die wens van het kabinet is niet eenvoudig. Het bestuur van de Auteursbond heeft allereerst via de sectievoorzitters een deel van de leden kunnen raadplegen. De informatie daaruit staat in dit artikel, met een voorlopige set standpunten en een advies aan leden die overwegen zelf zo’n vangnet te spannen zolang de wetgeving nog niet is ingevoerd. Na de zomer volgt een ledenenquête om nog meer te weten te komen over de wensen en mogelijkheden van onze achterban.

De huidige situatie
Wie zelfstandig werkt en langdurig ziek wordt, heeft wellicht nog inkomen uit royalty’s via de uitgever of Lira. Voor sommigen is dat een manier om het een tijdje uit te zingen, voor anderen is dat deel van het inkomen onvoldoende om van te leven. Als een auteur een financiële buffer heeft opgebouwd voor slechte tijden, is dit het moment om die in te zetten. En als de bodem van dat potje is bereikt? Zonder verzekering en/of het inkomen van een partner komt de armoede snel in zicht.

Het is mogelijk bijstand aan te vragen bij de gemeente, met als gevolg sollicitatieplicht, het meerekenen van het inkomen van een partner en de zogeheten vermogenstoets: zijn er bezittingen zoals een fikse overwaarde op een eigen huis, dan moet de aanvrager eerst van dat vermogen leven tot het de drempel heeft bereikt; of het huis moet worden verkocht en verlaten, als de woonlasten hoger zijn dan die van een ‘geschikte huurwoning’.

Dat zijn geen fijne vooruitzichten, al is de individuele kans hierop klein. Langdurig ziek zijn is al erg genoeg zonder de zorgen over een scherp dalend inkomen en de woonsituatie. Voor werknemers bestaat er daarom een vangnet: tijdens de eerste twee jaar ziekte wordt een groot deel van het loon doorbetaald, wat tijd geeft om te herstellen. Na die twee jaar is de sociale wetgeving minder coulant geworden dan voorheen. De WIA-uitkering voor werknemers hangt af van de mate van arbeidsongeschiktheid en het stelsel gaat ervan uit dat een gedeeltelijk arbeidsongeschikte een baan vindt die bij de beperkte inzetbaarheid past. Lukt dat niet, dan is de WIA-uitkering aan te vullen tot bijstandsniveau. Werknemers kunnen na twee jaar arbeidsongeschiktheid dus in dezelfde situatie terechtkomen die voor ondernemers direct geldt.

Risico’s en verplichtingen
Waarom verzekeren we? Om risico’s op te vangen die een individu niet kan ontwijken en waarvan de kosten te hoog zijn om persoonlijk te dragen. Iedereen kan een ongeluk meemaken of veroorzaken, dat valt niet helemaal te voorkomen met individueel rijgedrag. Daarom zijn bestuurders in het verkeer (uitgezonderd fietsers) verplicht verzekerd tegen de gevolgen. We kunnen van de trap vallen, longontsteking oplopen of Q-koorts: de ziektekostenverzekering dekt de behandeling.

Een vangnet tegen arbeidsongeschiktheid is bij ondernemers niet nodig voor een griepje of een verzwikte enkel, maar voor ernstige ziektes en ongevallen die iedereen kunnen treffen. Over een gebroken heup valt nog te twisten, maar invaliditeit na een hersenbloeding of een zwaar verkeersongeval is zo’n relevant risico.

Dekking en behandeling
Als die bescherming er komt, wat moet er dan precies gedekt worden? Naast algemene ziekten en gebreken gelden voor auteurs en anderen in de creatieve sector enkele specifieke beroepsrisico’s: writer’s block, rug-, pols- en schouderklachten die kunnen voortkomen uit intensief werken met computers, burn-out: diagnoses die minder makkelijk zijn dan een gebroken arm, en waarbij ook over de behandeling valt te twisten. Voor onze leden is dekking van deze risico’s net zo essentieel als nikkelallergie bij kappers en bakkersastma in meel verwerkende bedrijven. Hoe belangrijk, weten auteurs die zich weleens hebben verdiept in de commerciële verzekeringen tegen arbeidsongeschiktheid. ‘Onze’ risico’s zijn daarin vaak uitgesloten of worden pas gedekt bij hoge premies. De nieuwe regeling zal daar iets beters voor moeten bieden.

Ondernemers met een bloeiend bedrijf hebben geen behoefte aan dekking voor een paar dagen griep of andere kortdurende ongemakken. Op de commerciële verzekeringsmarkt zijn wachttijden van drie maanden heel gewoon, maar niet iedere zzp-auteur kan zo’n buffer opbouwen.

Premies en kosten
Een verzekering wordt gedekt uit de premie-inkomsten. Bij werkenden in loondienst zijn die verrekend wanneer het salaris wordt uitgekeerd. Dat is bij ondernemers niet mogelijk: zij zullen zelf premie moeten betalen. In een verplichte verzekering ligt het voor de hand om de premie te baseren op het belastbaar inkomen, mogelijk met een bovengrens voor de hoge inkomens. Een startbijdrage uit de schatkist (vennootschapsbelasting) of een opdrachtgeversfonds is denkbaar om de verzekeringspot te vullen.
Belangrijk is dat de nieuwe kostenpost niet ten koste mag gaan van het toch al magere besteedbare inkomen van onze leden. Ook in dit dossier zijn hogere, billijke en passende tarieven essentieel. Voor de Auteursbond zijn de tarievenkwestie en de AOV-discussie dan ook nauw met elkaar verbonden. Auteurs die niet fatsoenlijk betaald krijgen, kunnen zich geen extra kosten veroorloven.

Broodfondsen en toekomstbeeld
Sommige auteurs hebben al voorzorgsmaatregelen genomen tegen arbeidsongeschiktheid: een commerciële verzekering, een broodfonds of netwerkfonds, een gevulde spaarpot. Dat blijft nuttig zolang de nieuwe regeling er niet is. Fondsen en verzekeraars komen wel voor de vraag te staan wat ze nog te bieden hebben als de verplichte AOV-basisvoorziening er is. Het ligt voor de hand om aanvullende dekking te bieden: een hogere of langere uitkering. Deelnemers aan een brood- of netwerkfonds kunnen ervoor kiezen om hun resterende inleg terug te vragen, bij premies voor een commerciële AOV-verzekering is dat onmogelijk.

Er gaan stemmen op om het vangnet voor zelfstandigen samen te voegen met de regelingen voor werknemers. Dat is overzichtelijk en het maakt het eenvoudiger om periodes van loondienst af te wisselen met zelfstandig ondernemerschap. Of, zoals we bij veel auteurs zien, loondienst in deeltijd te combineren met ondernemerschap. De arbeidsongeschiktheid zelf maakt zelden onderscheid naar de organisatie van het werk: een ongeval of ziekte treft alle beroepsmatige activiteiten. Er is nog een argument om te streven naar een uniforme afspraak: een eerdere regeling voor ondernemers apart (1998-2004) was geen succes: hoge premie, lage uitkering.

En nu?
Bescherming van alle werkenden tegen de gevolgen van arbeidsongeschiktheid heeft nut, zowel voor het individu als voor de samenleving. De Auteursbond ziet geen reden om zich te verzetten tegen een basisvoorziening voor zelfstandigen, als die wordt ingericht met aandacht voor de belangen van onze achterban. Op dit moment betekent dat:

  • inclusief dekking van beroepsspecifieke risico’s (psychisch en fysiek)
  • bij arbeidsongeschiktheid zeker twee jaar uitkering met als doel onderneming door zware tijd te helpen, dus geen sollicitatieplicht of vermogenstoets rond de eigen woning
  • premie mag marginale inkomens van auteurs niet verder onder druk zetten: tarieven voor auteursrechtelijk beschermd werk moeten omhoog, of bijdrage uit vennootschapsbelasting
  • wachttijd voor uitkering: 1 tot 3 maanden
  • opties voor aanvullende dekking via onderlinge afspraken (brood/netwerkfondsen) of marktsector

De gesprekken tussen overheid, sociale partners en zzp-organisaties hierover kunnen nog lang duren. In de tussentijd blijft ons advies aan leden: kijk naar je persoonlijke situatie en de risico’s voor jou en je naasten als je niet meer kunt werken. Regel dus zelf iets waar je van op aan kunt tot het overlegcircuit is uitgepraat en de wetgeving is ingevoerd.

Na de zomervakantie krijgen de leden van de Auteursbond het verzoek om mee te denken over onze inzet aan de overlegtafels rond arbeidsongeschiktheid. De Auteursbond zet zich in voor een goede regeling die onze ruim 1500 leden verder helpt. Er is namelijk geen enkele reden om alles te laten zoals het nu is geregeld.