EU akkoord nieuwe richtlijn auteursrecht

Het Europees Parlement (EP), de Europese Commissie en de Raad van de Europese Unie hebben een akkoord bereikt over een nieuwe auteursrechtrichtlijn, geschikt voor het digitale tijdperk. Als de richtlijn wordt aangenomen, moeten nieuwswebsites als Google News vergoedingen afdragen voor de nieuwsberichten die zij overnemen. Ook platforms als YouTube en Instagram moeten betalen voor auteursrechtelijk beschermde video’s, foto’s en muziek die hun gebruikers uploaden.

Ter bescherming van de vrijheid van meningsuiting wordt er in de richtlijn een uitzondering opgenomen voor memes en gifjes, die nog steeds vrij van beperking verspreid kunnen worden. Daarnaast zullen platforms als Wikipedia en GitHub uitgezonderd worden. Een formele goedkeuring van het EP en de Raad van Ministers moet nu volgen.

 

Werken in een schrijvershuisje

Heb je een writers block? Afstand nodig tot je eigen script of boek? Wil je je werk in een ander licht zien? Trek er dan eens een tijdje op uit. Het kan enorm helpen om ergens te zijn waar je niet wordt gestoord, waar je niemand kent, of met vreemden over je verhaal kunt praten. Een plek waar je even volledig kunt focussen op je script.

Hier een aantal tips voor plekken waar je als schrijver terecht kunt. Ze zijn helaas niet gratis, maar je reis is wel (deels) aftrekbaar van de belasting. Je komt tenslotte om te werken.

Foto: Wolkershuisje op Amstelglorie door Herman van Bostelen.

Hebben self publishers de toekomst?

Anno 2019 is het zelf uitgeven van je boek makkelijker dan ooit. Self publishing groeit in populariteit, niet alleen onder amateurs maar ook onder gevestigde auteurs. Heeft uitgeven in eigen beheer de toekomst? Kan het een beter verdienmodel opleveren voor de auteur en de uitgeverij onder druk zetten om het auteurshonorarium aan te passen? Hoe zit het eigenlijk met de kwaliteit? Christel Jansen ging voor de Auteursbond op zoek naar antwoorden.

Lange tijd was zelf uitgeven iets voor losers die hun boek niet bij een uitgever ondergebracht kregen. Uitgeven in eigen beheer had een slechte naam. Onterecht overigens. Grote namen gaven werk in eigen beheer uit: van Oscar Wilde, Walt Whitman en Virginia Woolf tot, -dichter bij huis en anno nu- schrijvers als Paulien Cornelisse, Arnon Grunberg en recentelijk ook Tommy Wieringa. Niet omdat een uitgever hen afwees. Allerminst, ze wilden gewoon tot in de finesses de controle hebben over het hoe en waarom van hun boek, ze konden beter aan hun werk verdienen, hadden er meer lol in, of heel modern: ze hadden via volgers op de social media al een eigen afzetkanaal. Zo’n auteur is Mark Verhees, die met zijn 50.000 volgers aardig wat potentiële kopers van zijn boek De vibe had. En zo begon trouwens ook de Engelse E.L. James met haar erotische roman Vijftig tinten grijs.

Lees de long read
Leestijd 12 – 14 minuten

De Auteursbond volgt de ontwikkelingen rond self publishing op de voet en zal de komende tijd over dit onderwerp blijven publiceren.

Optimisme en daadkracht bij ‘Schrijven uit alle macht’

Door Wijbrand Schaap
Het is goed dat we regelmatig aandacht besteden aan alles wat beter kan. Waar kun je je recht halen, welke trucs halen opdrachtgevers uit, en waar probeert de NPO je een oor aan te naaien? Met al die aandacht voor wat er fout gaat en kan gaan, zou je bijna vergeten dat we toch allemaal ons werk doen omdat we het willen, ook al kunnen we soms niet anders. Tijd om eens te kijken wat er allemaal goed gaat, en vooral: wat we van elkaar kunnen leren. Herkenning, daar ging het om op vrijdag 18 januari 2019 in Boom Chicago bij de middag ‘Schrijven uit alle macht’. Hier stond de positieve insteek centraal: wat kunnen letterkundigen leren van scenarioschrijvers, en hoeveel kan een freelance journalist herkennen in het werkklimaat van de educatieve auteur of de boekvertaler?

Warm
Hadassah de Boer was opgetrommeld om de middag in goede banen te leiden. Ondanks de soms wat haperende techniek en zelfs zonder dat de verwarming in het theater aan de Amsterdamse Rozengracht het deed, bracht ze warmte en optimisme mee. Ze was ook nog eens perfect voorbereid, waardoor ze met haar ter zake doende vragen de gesprekken en presentaties levendig hield. Zo konden de verschillende vertegenwoordigers van de afdelingen van de Auteursbond kort hun statement maken, waarna in een kort panelgesprek de puntjes op de i konden worden gezet.
Wie dus een ouderwetse actiebijeenkomst had verwacht, kwam bedrogen uit. Al was het niet alleen maar naïef optimisme wat de klok sloeg. ‘Uitgevers zijn alleen nog maar gericht op winstmaximalisatie, en niet meer bevlogen om mooie boeken te maken’, klonk het bij de eerste pitches, ‘Jeugdboekenauteurs zijn slachtoffer van de sluiting van bibliotheken’ en ‘scenarioschrijvers zien geen cent van de opbrengst van heruitzending op streaming kanalen’.
Toch had de positieve toon de overhand. ‘Toneelschrijvers worden weer op waarde geschat in theaterland’, wist Willem de Vlam te melden. ‘Freelance journalisten beseffen niet half hoeveel macht ze hebben’, verklaarde Katja Keuchenius, en Tom van der Geugten vulde dat aan met: ‘Er is schreeuwend behoefte aan educatieve auteurs.’

Infotainment
Voor de wetenschappelijke inhoud was Mark Boukes ingevlogen. Hij is aan de UvA gepromoveerd op een onderzoek naar de rol van infotainment in de politieke meningsvorming, en vatte zijn bevindingen nog eens samen. Dat satirische shows als The Daily Show en in Nederland Zondag met Lubach de rol van de serieuze journalistiek hebben overgenomen, mag inmiddels geen nieuws meer heten. Dat de kijker van Zondag met Lubach minder kritisch tegenover zijn held staat dan de kijker van het NOS Journaal tegenover wat de nieuwslezer te melden heeft, kwam ook niet helemaal als een verrassing. Het advies dat Boukes de aanwezigen meegaf was om toch vooral ook lessen te leren van de verhoogde entertainmentwaarde van de moderne communicatoren.

Netflix
Dat de wereld veranderd is, en dat moderne auteurs daar steeds beter op in kunnen spelen bleek in de gesprekken daarna. Voor scenarioschrijvers en toneelschrijvers is de komst van ‘streaming’ een vloek en een zegen tegelijk. Toneelschrijver Willem de Vlam stelde dat het theater het moeilijker heeft dan ooit, omdat ‘er was niks goeds op tv’ geen argument meer is om de deur uit te gaan. De kwaliteit van het thuisamusement is van hoog niveau. Dat betekent dat de toneelschrijver andere verhalen moet gaan schrijven, verhalen die niet op netflix te zien zijn.
Daarin kreeg De Vlam bijval van scenarioschrijver Karin van der Meer, die constateerde dat de Nederlandse publieke omroep de streaming-boot gemist had. Om met Netflix te kunnen concurreren zou de Nederlandse omroep fors moeten investeren in kwaliteitsdrama, maar wat er nu gebeurde was te laat en te weinig. Zij voorziet echter een grote toekomst voor de podcast: goedkoop om te maken, en populair bij een steeds groter wordende groep luisteraars. Dat het nog lastig is om daar geld mee te verdienen, zoals een van de aanwezigen opmerkte, erkende ze, maar dat hoeft voor haar de investering niet te ontmoedigen.

Groningen
Het bingewatchen op Netflix brengt ook nieuwe uitdagingen met zich mee voor romanschijvers. Vertaler Toon Dohmen verwacht dat door de grote streaming-series als Breaking Bad en Game of Thrones een groter publiek geïnteresseerd raakt in complexe verhalen. Romanschrijvers zouden zich juist daarop moeten gaan richten. Dat die romans dan niet series over Gronings gasverdriet moeten opleveren, wist Karin van der Meer duidelijk te maken. Een plan in die richting, waar alle betrokkenen helemaal achter stonden, werd uiteindelijk door de zendercoördinator afgewezen op grond van het feit dat er onvoldoende publiek geïnteresseerd is in treurige verhalen over Groningen.
En als niets dan meer werkt, is er nog altijd de educatieve uitgeverij. Tom van der Geugten had nog meer goed nieuws te melden. Hij legde uit dat over twee jaar nieuwe kerndoelen worden geformuleerd voor het onderwijs. Dat betekent dat vrijwel alle schoolboeken moeten worden herzien. Er moeten nieuwe verhalen komen, dus is er werk in overvloed voor auteurs die zich op het onderwijs willen richten.

Policor
Een door Hadassah de Boer aangehaald heet hangijzer – politiek correct taalgebruik in vertalingen – werd vooral diplomatiek behandeld. Volgens Toon Dohmen is elke vertaling ook een bewerking en is het dus logisch dat het taalgebruik met de tijd verandert. Dat context allesbepalend is, legde Van der Geugten uit: als een personage politiek incorrect spreekt, moet je dat ook zo vertalen.
De dag werd met een pubquiz en een borrel afgesloten. Het bleef nog best lang prettig onrustig in het Rozentheater. De aanwezigen die ik sprak vonden allemaal dat met deze bijeenkomst een nieuwe toon voor de Auteursbond was gezet, en dat het snel tot een vervolg moest komen.

Foto’s: Inigo Garayo

Column Max Gras

Een Ned?
Lees verder >

Ruslands zwarte rand
In ben in Pechora, de geboorteplaats van V., mijn reisgenoot. Ik verkeerde in de veronderstelling dat Pechora boven de poolcirkel lag. Net niet echter. De poolcirkel ligt op 66 gr. nb en Pechora op 65. Zo’n weekje per jaar wordt het niet donker. Nu komt de zon 2 uur ’s nachts alweer op. Maar dat terzijde. Pechora was een onderdeel van de goelag. Het woord was een afkorting van zoiets als: Hoofdbestuur van de kampen. Vooral in afgelegen gebieden had Stalin kampen laten aanleggen, heel veel om vijanden van de staat op te bergen, in feite om ze te gebruiken als goedkope arbeidskrachten. De ouders van V. kwamen er terecht. De moeder Irma, omdat ze van Duitse komaf was. Weliswaar had die minderheid van Duitsers een paar eeuwen lang de helft van de voedselproductie verzorgd voor de hele natie, maar ja ze waren Duits en dus waren ze fout, ondanks alle mannen ook hadden gevochten in WO II. De vader van V’s moeder, Carl, een Odessa-Duitser en boer vond de dood en zijn dochter ging de goelag in. Soms fluisterde ze Duits, maar ze was altijd bang. Ze ontmoette in ca. 46 haar man, ook een vijand van het volk. Hij had gevochten en was krijgsgevangen genomen door de Duitsers. Na vrijlating het kamp in. Elegant bewind. Ik heb de neiging om met een bijl naar het gemummificeerde lichaam van Stalin in Moskou te gaan en er een slechte kwaliteit kattenvoer van te maken, de rat. Ze trouwden en kregen V. Het absurde was dat toen Stalin in 53 de doodging, zij en de anderen in het kamp huilden. Hetzelfde gebeurt nu: Poetin besteelt en beliegt ze en ze houden van hem. Rutte doet beide in geringe mate, maar ik houd toch niet van hem. s ’Avonds na een somptueuze maaltijd (zoek maar op) met vier lagere schoolgenoten, bleken er van vijf dames vier te zijn waarvan de vader volksvijand was. Vier hielden van Poetin en wij worden door een complot tegen Rusland voorgelogen. Jaja. Zo zijn mensen kennelijk, zijn ze onzeker, dan vinden ze troost bij een leider, een substituut voor een zekere vader. Ik wist deze dingen allemaal al, maar nu, onder mijn ogen, werden ze echt.

Max Gras is voorzitter van de sectie Ondertitelaars van de Auteursbond.

Oproep: uitgevers, luister naar noodzaak indexatie freelancetarieven

Vergoedingen, tarieven en honoraria voor freelance werk in de journalistiek moeten omhoog, te beginnen met indexering. De Auteursbond, De Coöperatie en de NVJ vragen hier aandacht voor in een brief aan de Mediafederatie, de koepelorganisatie van uitgevers van kranten en tijdschriften.

De brief is een vervolg op de oproep aan freelancers om zelf indexering toe te passen op hun afspraken met opdrachtgevers. Grote uitgevers hebben volgens de drie organisaties een zetje nodig om zelfstandige journalisten de ruimte te geven voor indexering. Dat is simpelweg een noodzaak om het toch al lage inkomen van freelance journalisten niet verder terug te laten vallen. De kosten van levensonderhoud en de kosten van het drijven van een journalistieke freelancepraktijk zijn gestegen. Op basis van de consumentenprijsindex van het CBS is bijvoorbeeld vast te stellen dat een in 2015 gemaakte tariefafspraak nu toe is aan indexering met 4,32 procent. De tabel onder dit bericht geeft nog meer suggesties voor indexering.

Bijstelling van de tarieven en honoraria is des te meer nodig omdat het gemiddelde inkomen van freelance journalisten niet in overeenstemming is met de professionele eisen die aan hun werk worden gesteld, zoals vermeld in de diverse edities van de Monitor Freelancers en Media; een belastbaar jaarinkomen van 26.000 euro valt onmogelijk te verdedigen voor een vakbekwame journalist, die een wezenlijke bijdrage levert aan de publicaties van de bij de Mediafederatie aangesloten bedrijven. Deze aanhoudende onderbetaling is een gevaar voor de kwaliteit van de journalistiek.

Lees de brief aan de Mediafederatie.

Maak kennis met de nieuwe medewerker communicatie

Sinds half november is Noor van der Heijden als redacteur-communicatiemedewerker in dienst bij de Auteursbond. Noor werkte de afgelopen jaren als (web)redacteur en communicatiemedewerker bij o.a. de Vrije Universiteit, de Universiteit van Amsterdam en de Anne Frank Stichting. Drie vragen ter kennismaking.

Hoe ben je in het communicatievak gerold?
‘Na mijn studie Geschiedenis ging ik aan de slag bij de bibliotheek van de Anne Frank Stichting. Ik vond het leuk om te schrijven en ging me met websiteteksten bezighouden. Mijn propedeuse Communicatie kwam goed van pas en het communicatievak werd de logische vervolgstap.’

Heb je een speciale band met schrijvers en de Auteursbond?
‘Ik heb de opleiding Proza aan de Schrijversvakschool Amsterdam gevolgd (nog niet afgerond, red.) en voel me thuis tussen schrijvers. De komende tijd wil ik kennismaken met alle secties. Ik ben benieuwd naar wie de leden zijn en wat er leeft onder de verschillende groepen. Dat de ontstaansgeschiedenis van de Auteursbond teruggaat tot 1905 vind ik als historica interessant.’

Hoe gaan leden merken dat jij in dienst bent?
‘Ik ben nog maar net begonnen, maar ik heb al veel interessante mensen ontmoet en ideeën opgedaan. De komende tijd ga ik concrete plannen maken. De website verbeteren staat boven aan mijn lijstje.’

Help een schrijver in nood

PEN EMERGENCY FUND

PEN Emergency Fund helpt schrijvers en journalisten waar ook ter wereld die vanwege hun werk op de vlucht zijn, in een gevangenis zitten of hebben gezeten en daar mishandeld zijn, en dringend geld nodig hebben om naar een veiliger land te komen of medische behandeling te krijgen. We doen dit in nauwe samenwerking met de researchafdeling van PEN International in Londen die voor ons de dossiers opstelt. Gezien de aard van het werk opereren we grotendeels achter de schermen. De namen van de gesteunde collega’s moeten bijna altijd geheim blijven. Voor sommigen is noodhulp genoeg, anderen kunnen daarna een beroep doen op vervolghulp via bijvoorbeeld ICORN, het internationale verband van steden waar gevluchte schrijvers kunnen worden opgevangen (in Nederland zijn Amsterdam, Rotterdam en Leiden aangesloten).

We konden in de afgelopen twee jaar aan 47 schrijvers of journalisten noodhulp geven. Van hen kwamen er 9 uit Turkije, 5 uit Syrië, 4 uit Irak, 4 uit Eritrea, en verder ging het om collega’s uit Oezbekistan, Rusland, Jemen, Egypte, Bangladesh, Bolivia, Ethiopië, Afghanistan, Palestina, Kameroen, Nigeria, Iran, Honduras, Cuba, Zambia en Vietnam.

PEN Emergency Fund is een internationaal opererende, in Nederland gevestigde stichting, ook bekend als Stichting Fonds Schrijvers in Nood (de Kamer van Koophandel hanteert beide namen). De stichting werd in 1971 opgericht door A. den Doolaard. Een van de latere voorzitters was Bernlef. Het huidige bestuur bestaat uit de drie ondergetekenden. De stichting is erkend als ANBI-instelling, wat het mogelijk maakt giften af te trekken in de belastingopgaaf. Voor overleg kunt u desgewenst terecht bij de penningmeester: wim.jurg@auteursbond.nl

Doneer nu!
PEN Emergency FundVestigingsadres: De Lairessestraat 125,
1075 HH Amsterdam
Bank: NL97 ABNA 0430 2740 33 (BIC: ABNANL2A)
RSIN: 816743447

Website: penemergencyfund.com

Wij hopen dat u wilt helpen om deze steun aan onze collega’s voort te kunnen zetten. Elke gift is welkom.

We danken u bij voorbaat,
Job Degenaar, René Appel en Wim Jurg

Zorgelijk: uitgever wijzigt vertaling tegen wens vertaler

Door Maarten van de Werf

Kortgeleden werd bekend dat uitgeverij De Geus bij de uitgave van de vertaling van het pamflet The Fire Next Time van James Baldwin (Niet door water maar door vuur, vertaling Harm Damsma)  tegen de uitdrukkelijke wens van de vertaler de woorden ‘blank’ en ‘neger’ heeft vervangen door ‘wit’ en ‘zwart’. Damsma vertelt op VertaalVerhaal hoe het is gegaan:

“Aan de uiteindelijke publicatie van dat boek was een periode voorafgegaan van eindeloos gesteggel met de redacteur van dienst, die weigerde de vertaling zoals ik die had ingeleverd uit te brengen, omdat er twee woorden in voorkwamen die naar het oordeel van de voltallige uitgeversstaf door bepaalde lezers als kwetsend zouden kunnen worden opgevat. Om een einde aan de impasse te maken ben ik uiteindelijk akkoord gegaan met de ingrepen waarop werd aangedrongen, op voorwaarde dat in het boek een toelichting op de gehele gang van zaken van mijn kant zou worden opgenomen.” (De toelichting is te lezen op VertaalVerhaal; hieronder wordt daaruit geciteerd.)

Wie het nieuws enigszins bijhoudt is ervan op de hoogte dat de gebruikte woorden inmiddels inderdaad omstreden zijn en door sommige media niet meer worden gebruikt. Of dat goed of slecht is, daar kun je over discussiëren. Maar de taak van de vertaler is altijd dezelfde: hij moet zich voegen naar wat het boek van hem vraagt, en je mag verwachten dat hij daarin op grond van kennis en ervaring de juiste keuzes maakt.

Wat zorgen baart is dat de uitgever in dit geval op de stoel van de vertaler gaat zitten. Daarmee trekt hij allereerst de professionaliteit van de vertaler in twijfel: Harm Damsma is een gerenommeerd literair vertaler die, zoals ook blijkt uit zijn getuigenis op VertaalVerhaal, zorgvuldige afwegingen maakt over het woordgebruik in het boek. Zo ook hier: Baldwin gebruikte het woord ‘Negro’ in The Fire Next Time. In de jaren die daarop volgde raakte het woord in onbruik, ook bij Baldwin. Dat is volgens Damsma reden om het woord hier wel te vertalen met ‘neger’:

“In de jaren zestig zeiden verreweg de meeste Amerikanen dus (nog) ‘negro’ als ze het over zwarte mensen hadden. Ook die zwarte mensen zelf. Gewoon omdat dat het gangbare, neutrale, fatsoenlijke woord was. Maar binnen het tijdsbestek van nog geen tien jaar veranderde dat volledig. Ook bij James Baldwin. In zijn roman If Beale Street Could Talk uit 1974 komt geen enkele keer meer het woord ‘Negro’ voor (terwijl het boek meer dan twee keer zo dik is als The Fire Next Time). Zo krachtig hadden de protesten van de Black Power-beweging binnen de Amerikaanse samenleving blijkbaar doorgewerkt. […] Baldwins veelvuldige gebruik van het woord ‘Negro’ in The Fire Next Time is een te opvallend stilistisch verschijnsel om over het hoofd gezien te worden, en mag alleen al om die reden niet door een vertaler worden genegeerd. Bovendien is het historisch gezien een relevant gegeven, omdat het de ophanden zijnde omslag in taalgebruik markeert en, in combinatie met het eveneens door De Geus heruitgegeven Beale Street, treffend illustreert. […]’

Maar het Nederlandse woord ‘neger’ dan? Was dat dan niet besmet? Nee, volgens Damsma: “Ik heb daarom het woord ‘Negro’ vertaald met ‘neger’, omdat dát toentertijd het gebruikelijke, waardevrije woord was dat door fatsoenlijke mensen in Nederland – witte én zwarte – werd gebezigd.” Damsma geeft verschillende voorbeelden, waaronder dat van Frans Martinus Arion in de bundel Stemmen uit Afrika (1978): ‘een neger oud / vertoonde kluchten  / aan een tandeloze negerin’.

Of men het nu met Damsma eens is of niet, het lijkt mij duidelijk dat de vertaler zich hier uitstekend van zijn taak heeft gekweten: hier is geen sprake van het rücksichtslos vasthouden aan een oude notie, hier is sprake van een gewetensvolle afweging. De vertaler heeft in alle opzichten voldaan aan de eerste vereiste in het Literair modelcontract: “een naar inhoud en stijl getrouwe en onberispelijke Nederlandse vertaling”. Hij heeft gekozen wat het boek van hem vroeg.

De vertaler is eigenaar van zijn werk: in de Berner Conventie van 1886, de basis van ons auteursrecht, wordt aan de vertaler dezelfde status toegekend als aan de auteur van een oorspronkelijk werk. De uitgever heeft in dit geval niet alleen de gewetensvolle afweging van de vertaler ondergeschikt gemaakt aan een efemeer marketingargument – de gewenste doelgroep stelt het misschien niet op prijs – maar was ook verder niet tot compromis bereid. Zoals Damsma rapporteert:

“De uitgeverij vreest namelijk dat met name jongere lezers van nu bij vluchtige lezing aanstoot zullen nemen aan de termen ‘neger’ en ‘blanke’, simpelweg omdat zij geen besef hebben van de historische context waarin zij (door Baldwin!) gebezigd worden. Dat laatste is alleszins begrijpelijk en kan hun onmogelijk kwalijk worden genomen. Maar mijn voorstel om daarom bij mijn oorspronkelijke vertaling (dus inclusief de twee gevoelig liggende woorden) een uitgebreide toelichting af te drukken, is door de uitgever van de hand gewezen: de beoogde lezers zouden om te beginnen niet de moeite nemen zo’n uitleg te lezen en daar bovendien niet ontvankelijk voor zijn.”

De vraag in welk boek welke woorden gebruikt moeten worden is legitiem. Daar mag binnen de uitgeverij en in de bredere samenleving zeker over worden gedebatteerd. Maar uiteindelijk is de vertaler soeverein: hij of zij dient het laatste woord te hebben over zijn of haar vertaling. Dat principe heeft de uitgever hier met voeten getreden. Damsma:

“In mijn vertaling, die als het goed is stilistisch eerder de sfeer van de jaren zestig ademt dan ‘de taal van het Nederland van nu’ (zoals de uitgever het in een preambule wil doen voorkomen), detoneren de woorden ‘wit’ en ‘zwart’ als absolute anomalieën, als irritante fremdkörper, waarmee bovendien een historisch belangrijk feit onder het tapijt wordt geveegd. In mijn ogen wordt hierdoor afbreuk gedaan aan de rol die Baldwins geschrift zou kunnen spelen in het zuiver voeren van het huidige racismedebat”.

We zijn hier getuige van een zorgelijke ontwikkeling: de redactie van uitgeverij De Geus heeft besloten om uit commerciële pr-motieven de doorwrochte en onderbouwde keuze van een vakkundig literair vertaler van tafel te vegen. Dat is funest voor vertaler Damsma, voor de beroepsgroep, voor de literatuur als geheel en voor Baldwins essay in het bijzonder. Dat de vertaler blijkbaar onder druk met de wijzigingen akkoord is gegaan, doet daar niets aan af.

Lees Damsma’s volledige toelichting op VertaalVerhaal.

Winnaars Educatieve Parel 2018

Docentenduo Arnout Wattel en Chiel Huijskes mogen zich de beste educatieve auteurs van 2018 noemen. De Educatieve Parel 2018 is op zaterdag 10 november, tijdens de Dag van de Educatieve Auteur, uitgereikt aan de auteurs van het beste lesmateriaal. Docenten Arnout Wattel en Chiel Huijskes namen de eerste prijs in ontvangst voor hun les Betekenisvolle Statistiek.

De Educatieve Parel is een initiatief van de sectie Educatieve auteurs van de Auteursbond. Met deze prijs wil de Auteursbond het maken van kwalitatief hoogwaardig lesmateriaal onder de aandacht brengen. Tot 1 oktober konden educatieve auteurs en leraren hun lesmateriaal opsturen over het thema ‘Burgerschap past in elke les’. Uit de inzendingen selecteerde de jury drie winnaars. De prijzen bestaan uit een geldbedrag en oorkonde.

Eerste prijs

De eerste prijs gaat naar het docentenduo Arnout Wattel en Chiel Huijskes. Volgens de jury zijn zij er glansrijk in geslaagd om burgerschapsonderwijs te verbinden aan wiskundeonderwijs. In de les Betekenisvolle Statistiek onderzoeken leerlingen uit havo 4/5 de stelling ‘Vrouwen doen beter rijexamen dan mannen’. De leerlingen maken statistische berekeningen en leren dat ze kritisch moeten kijken naar de uitkomsten daarvan. ‘Op zo’n manier snap je meteen waarom je al die saaie statistische berekeningen moet leren maken; had ik dat maar op mijn school gehad,’ aldus het jurylid dat de leerlingen vertegenwoordigde.

Tweede en derde prijs

Naast de eerste prijs kende de jury ook een tweede en derde prijs toe. De tweede prijs gaat naar Lotte van Baardwijk voor de les Niet eerlijk. Door overleggen en samenwerken leren kleuters uit groep 1/2 van het basisonderwijs dat anderen anders tegen situaties aan kunnen kijken dan zijzelf.

De derde prijs gaat naar Claudia Tulen en Barbara Raadsen voor de les Cartogaaf! Mijn ideale woonwijk. Leerlingen uit groep 7/8 van het basisonderwijs leren rekening te houden met behoeftes van verschillende bewoners in een wijk en worden zich zo bewust van hun eigen identiteit in relatie tot de identiteit van anderen.

Lesmateriaal beschikbaar

Scholen zijn vrij om het winnende lesmateriaal ook daadwerkelijk te gebruiken.