Zorgelijk: uitgever wijzigt vertaling tegen wens vertaler

Door Maarten van de Werf

Kortgeleden werd bekend dat uitgeverij De Geus bij de uitgave van de vertaling van het pamflet The Fire Next Time van James Baldwin (Niet door water maar door vuur, vertaling Harm Damsma)  tegen de uitdrukkelijke wens van de vertaler de woorden ‘blank’ en ‘neger’ heeft vervangen door ‘wit’ en ‘zwart’. Damsma vertelt op VertaalVerhaal hoe het is gegaan:

“Aan de uiteindelijke publicatie van dat boek was een periode voorafgegaan van eindeloos gesteggel met de redacteur van dienst, die weigerde de vertaling zoals ik die had ingeleverd uit te brengen, omdat er twee woorden in voorkwamen die naar het oordeel van de voltallige uitgeversstaf door bepaalde lezers als kwetsend zouden kunnen worden opgevat. Om een einde aan de impasse te maken ben ik uiteindelijk akkoord gegaan met de ingrepen waarop werd aangedrongen, op voorwaarde dat in het boek een toelichting op de gehele gang van zaken van mijn kant zou worden opgenomen.” (De toelichting is te lezen op VertaalVerhaal; hieronder wordt daaruit geciteerd.)

Wie het nieuws enigszins bijhoudt is ervan op de hoogte dat de gebruikte woorden inmiddels inderdaad omstreden zijn en door sommige media niet meer worden gebruikt. Of dat goed of slecht is, daar kun je over discussiëren. Maar de taak van de vertaler is altijd dezelfde: hij moet zich voegen naar wat het boek van hem vraagt, en je mag verwachten dat hij daarin op grond van kennis en ervaring de juiste keuzes maakt.

Wat zorgen baart is dat de uitgever in dit geval op de stoel van de vertaler gaat zitten. Daarmee trekt hij allereerst de professionaliteit van de vertaler in twijfel: Harm Damsma is een gerenommeerd literair vertaler die, zoals ook blijkt uit zijn getuigenis op VertaalVerhaal, zorgvuldige afwegingen maakt over het woordgebruik in het boek. Zo ook hier: Baldwin gebruikte het woord ‘Negro’ in The Fire Next Time. In de jaren die daarop volgde raakte het woord in onbruik, ook bij Baldwin. Dat is volgens Damsma reden om het woord hier wel te vertalen met ‘neger’:

“In de jaren zestig zeiden verreweg de meeste Amerikanen dus (nog) ‘negro’ als ze het over zwarte mensen hadden. Ook die zwarte mensen zelf. Gewoon omdat dat het gangbare, neutrale, fatsoenlijke woord was. Maar binnen het tijdsbestek van nog geen tien jaar veranderde dat volledig. Ook bij James Baldwin. In zijn roman If Beale Street Could Talk uit 1974 komt geen enkele keer meer het woord ‘Negro’ voor (terwijl het boek meer dan twee keer zo dik is als The Fire Next Time). Zo krachtig hadden de protesten van de Black Power-beweging binnen de Amerikaanse samenleving blijkbaar doorgewerkt. […] Baldwins veelvuldige gebruik van het woord ‘Negro’ in The Fire Next Time is een te opvallend stilistisch verschijnsel om over het hoofd gezien te worden, en mag alleen al om die reden niet door een vertaler worden genegeerd. Bovendien is het historisch gezien een relevant gegeven, omdat het de ophanden zijnde omslag in taalgebruik markeert en, in combinatie met het eveneens door De Geus heruitgegeven Beale Street, treffend illustreert. […]’

Maar het Nederlandse woord ‘neger’ dan? Was dat dan niet besmet? Nee, volgens Damsma: “Ik heb daarom het woord ‘Negro’ vertaald met ‘neger’, omdat dát toentertijd het gebruikelijke, waardevrije woord was dat door fatsoenlijke mensen in Nederland – witte én zwarte – werd gebezigd.” Damsma geeft verschillende voorbeelden, waaronder dat van Frans Martinus Arion in de bundel Stemmen uit Afrika (1978): ‘een neger oud / vertoonde kluchten  / aan een tandeloze negerin’.

Of men het nu met Damsma eens is of niet, het lijkt mij duidelijk dat de vertaler zich hier uitstekend van zijn taak heeft gekweten: hier is geen sprake van het rücksichtslos vasthouden aan een oude notie, hier is sprake van een gewetensvolle afweging. De vertaler heeft in alle opzichten voldaan aan de eerste vereiste in het Literair modelcontract: “een naar inhoud en stijl getrouwe en onberispelijke Nederlandse vertaling”. Hij heeft gekozen wat het boek van hem vroeg.

De vertaler is eigenaar van zijn werk: in de Berner Conventie van 1886, de basis van ons auteursrecht, wordt aan de vertaler dezelfde status toegekend als aan de auteur van een oorspronkelijk werk. De uitgever heeft in dit geval niet alleen de gewetensvolle afweging van de vertaler ondergeschikt gemaakt aan een efemeer marketingargument – de gewenste doelgroep stelt het misschien niet op prijs – maar was ook verder niet tot compromis bereid. Zoals Damsma rapporteert:

“De uitgeverij vreest namelijk dat met name jongere lezers van nu bij vluchtige lezing aanstoot zullen nemen aan de termen ‘neger’ en ‘blanke’, simpelweg omdat zij geen besef hebben van de historische context waarin zij (door Baldwin!) gebezigd worden. Dat laatste is alleszins begrijpelijk en kan hun onmogelijk kwalijk worden genomen. Maar mijn voorstel om daarom bij mijn oorspronkelijke vertaling (dus inclusief de twee gevoelig liggende woorden) een uitgebreide toelichting af te drukken, is door de uitgever van de hand gewezen: de beoogde lezers zouden om te beginnen niet de moeite nemen zo’n uitleg te lezen en daar bovendien niet ontvankelijk voor zijn.”

De vraag in welk boek welke woorden gebruikt moeten worden is legitiem. Daar mag binnen de uitgeverij en in de bredere samenleving zeker over worden gedebatteerd. Maar uiteindelijk is de vertaler soeverein: hij of zij dient het laatste woord te hebben over zijn of haar vertaling. Dat principe heeft de uitgever hier met voeten getreden. Damsma:

“In mijn vertaling, die als het goed is stilistisch eerder de sfeer van de jaren zestig ademt dan ‘de taal van het Nederland van nu’ (zoals de uitgever het in een preambule wil doen voorkomen), detoneren de woorden ‘wit’ en ‘zwart’ als absolute anomalieën, als irritante fremdkörper, waarmee bovendien een historisch belangrijk feit onder het tapijt wordt geveegd. In mijn ogen wordt hierdoor afbreuk gedaan aan de rol die Baldwins geschrift zou kunnen spelen in het zuiver voeren van het huidige racismedebat”.

We zijn hier getuige van een zorgelijke ontwikkeling: de redactie van uitgeverij De Geus heeft besloten om uit commerciële pr-motieven de doorwrochte en onderbouwde keuze van een vakkundig literair vertaler van tafel te vegen. Dat is funest voor vertaler Damsma, voor de beroepsgroep, voor de literatuur als geheel en voor Baldwins essay in het bijzonder. Dat de vertaler blijkbaar onder druk met de wijzigingen akkoord is gegaan, doet daar niets aan af.

Lees Damsma’s volledige toelichting op VertaalVerhaal.

Winnaars Educatieve Parel 2018

Docentenduo Arnout Wattel en Chiel Huijskes mogen zich de beste educatieve auteurs van 2018 noemen. De Educatieve Parel 2018 is op zaterdag 10 november, tijdens de Dag van de Educatieve Auteur, uitgereikt aan de auteurs van het beste lesmateriaal. Docenten Arnout Wattel en Chiel Huijskes namen de eerste prijs in ontvangst voor hun les Betekenisvolle Statistiek.

De Educatieve Parel is een initiatief van de sectie Educatieve auteurs van de Auteursbond. Met deze prijs wil de Auteursbond het maken van kwalitatief hoogwaardig lesmateriaal onder de aandacht brengen. Tot 1 oktober konden educatieve auteurs en leraren hun lesmateriaal opsturen over het thema ‘Burgerschap past in elke les’. Uit de inzendingen selecteerde de jury drie winnaars. De prijzen bestaan uit een geldbedrag en oorkonde.

Eerste prijs

De eerste prijs gaat naar het docentenduo Arnout Wattel en Chiel Huijskes. Volgens de jury zijn zij er glansrijk in geslaagd om burgerschapsonderwijs te verbinden aan wiskundeonderwijs. In de les Betekenisvolle Statistiek onderzoeken leerlingen uit havo 4/5 de stelling ‘Vrouwen doen beter rijexamen dan mannen’. De leerlingen maken statistische berekeningen en leren dat ze kritisch moeten kijken naar de uitkomsten daarvan. ‘Op zo’n manier snap je meteen waarom je al die saaie statistische berekeningen moet leren maken; had ik dat maar op mijn school gehad,’ aldus het jurylid dat de leerlingen vertegenwoordigde.

Tweede en derde prijs

Naast de eerste prijs kende de jury ook een tweede en derde prijs toe. De tweede prijs gaat naar Lotte van Baardwijk voor de les Niet eerlijk. Door overleggen en samenwerken leren kleuters uit groep 1/2 van het basisonderwijs dat anderen anders tegen situaties aan kunnen kijken dan zijzelf.

De derde prijs gaat naar Claudia Tulen en Barbara Raadsen voor de les Cartogaaf! Mijn ideale woonwijk. Leerlingen uit groep 7/8 van het basisonderwijs leren rekening te houden met behoeftes van verschillende bewoners in een wijk en worden zich zo bewust van hun eigen identiteit in relatie tot de identiteit van anderen.

Lesmateriaal beschikbaar

Scholen zijn vrij om het winnende lesmateriaal ook daadwerkelijk te gebruiken.

Genomineerden voor Educatieve Parel

Op zaterdag 10 november a.s. worden in Amersfoort de winnaars bekend gemaakt van de Educatieve Parel, de prijs voor het beste lesmateriaal van 2018. Het thema dit jaar is ‘Burgerschap past in elke les’. Afgelopen maanden konden auteurs en docenten hun lesmateriaal over dit onderwerp indienen. Een deskundige jury heeft uit de inzendingen drie genomineerden geselecteerd.

De genomineerden zijn:

  • Lotte van Baardewijk voor de les Niet eerlijk
  • Chiel Huijskes en Arnout Wattel voor de les Betekenisvolle statistiek
  • Barbara Raadsen en Claudia Tulen voor de les Cartogaaf! Mijn ideale woonwijk

Er wordt een eerste, tweede en derde prijs uitgereikt. Aan de prijzen zijn oorkondes en geldbedragen verbonden.

Theater en speeches

De uitreiking van de Educatieve Parel vindt plaats op de Dag van de Educatieve Auteur, een conferentie vol lezingen en workshops, die allemaal in het teken staan van het ontwikkelen van goed lesmateriaal.

Voorafgaand aan de uitreiking geeft de interdisciplinaire theatergroep DEGASTEN een optreden. Op de voor hun typerende brutale manier zullen de spelers ingaan op de thema’s van de dag. Ook zal schrijver, journalist en literair recensent Aleid Truijens haar licht laten schijnen over het onderwerp ‘Burgerschap past in elke les’.

Het belang van goed lesmateriaal

De Dag van de Educatieve Auteur en de uitreiking van de Educatieve Parel zijn geïnitieerd en georganiseerd door de sectie Educatieve Auteurs van de Auteursbond, de beroepsorganisatie voor schrijvers en vertalers. Het doel is om het belang van goed lesmateriaal onder de aandacht te brengen en de makers daarvan in het zonnetje te zetten.

Lees meer op www.dagvandeeducatieveauteur.nl

Een Ned?

Het is een flinke autoreis naar Kharkov in de Oekraïne. Als je net  vijf uur aan de grens gestaan hebt en je appreciatie voor douane is enigszins gematigd en neem dan het hotel meteen links na de  grens. Ik verveel jullie ermee, maar €14 voor een kamer is beschaafd, geef toe.

En het eten: überlekker. Saaie tocht vandaag. Kwamen talloze nationaliteiten langs. Ik reed een tijd achter een auto met als landenafkorting LV, een Let dus en ik dacht, wat handig zo’n nationaliteit in één lettergreep. Zijn daar meer van, denken de hersenen dan? Nou aan de Oostzee dus bijna allemaal: Fin, Zweed, Deen, Est, Rus en om de hoek Noor. De Litouwer bederft de pret, maar daar kom ik op terug.

Een eindje verderop zien we de Ier , de Pool ( ojee, die hoort nog in de Baltische serie) , de Belg, de Griek, de Tsjech, en tot we ze compleet afschaffen de Brit, maar misschien krijgen we dan de Schot er voor in de plaats. Dat was het wel zo’n beetje. Jammer dat al die andere dat niet hebben: die wonderschone éénlettergrepigheid. We kunnen het invoeren natuurlijk.

Daar ga ik: een Balt, een Frank, een Tuit, een Lux, een Slof, een Slow, een Hong, een Malt, een Mont, een Alb, een Kroot, een Serf, een Mas, een Span, een Por en een It natuurlijk. O ja, de Zwit en een Roem. Die kleintjes Vat, San, And, Mon en Liech gewoon annexeren. Leuk spel in de familie: welke landen zijn hier bedoeld?

Nederlandse e-boeken straks sneller bij digitale bibliotheek

De Auteursbond heeft samen met  Minister Ingrid Van Engelshoven van OCW , Lira, Pictoright, de KB , de Groep Algemene Uitgevers (GAU) en de Vereniging Openbare Bibliotheken een convenant getekend met afspraken over de uitlening van e-boeken. Hierin is afgesproken dat nieuwe e-boeken van Nederlandse uitgevers voortaan veel sneller bij de bibliotheek geleend kunnen worden.

Door de overeenkomst komen er meer actuele boeken beschikbaar. Nu telt de online Bibliotheek 21.000 e-boeken, de verwachting is dat dit er eind volgend jaar 27.000 zijn.

Per uitlening

Minister Van Engelshoven is blij met de afspraken. Niet alleen omdat er nu meer boeken beschikbaar komen, maar ook omdat de betrokkenen voortaan per uitlening worden betaald. De opbrengst gaat voor de helft naar de uitgever en voor de andere helft naar de schrijver, vertaler of illustrator. Van Engelshoven stelt voor de uitbreiding en actualisering van de e-boekencollectie een budget beschikbaar dat oploopt tot 3 miljoen euro in 2021. De nieuwe afspraken gaan gelden vanaf 1 januari volgend jaar.

Btw-tarief omlaag

Gisteren werd bekend dat het btw-tarief op digitale publicaties gaat dalen, waardoor onder andere e-boeken goedkoper worden. De EU-lidstaten bereikten daarover een akkoord. Het tarief daalt van 21 naar 9 procent, terwijl het tarief voor papieren uitgaven stijgt van 6 naar 9 procent. Nederland wil de nieuwe regeling snel in laten gaan, maar wanneer dat gaat gebeuren is nog niet duidelijk.

Het convenant is op 24 oktober gepubliceerd in de Staatscourant.

KAPSALON ROMY bekroond op Frankfurter Buchmesse als beste verfilming kinderboek

Kapsalon Romy van schrijfster en scenariste Tamara Bos en regisseur Mischa Kamp heeft op ‘s werelds grootste boekenbeurs, de Frankfurter Buchmesse, de award ontvangen voor beste verfilming van een kinder- of jeugdboek. Kapsalon Romy , over de veranderende relatie tussen een kleindochter en oma bij wie de verwardheid toeneemt, gaat in 2019 in première in de bioscopen. Beppie Melissen, Vita Heijmen en Noortje Herlaar vertolken drie generaties vrouwen die een onvergetelijke verandering doormaken.

Over het boek en de film

Met frisse tegenzin vangt Oma Stine (Beppie Melissen) haar kleindochter Romy (Vita Heijmen) na school op in haar kapsalon, omdat haar pas gescheiden dochter Margot (Noortje Herlaar) moet werken. Oma, nog steeds actief als kapster, worstelt met beginnende Alzheimer. Romy vindt het niet leuk dat ze elke dag naar haar oma moet. Maar alles verandert als oma Stine haar kleindochter in vertrouwen neemt over haar toenemende verwardheid. Dan realiseert Romy zich dat oma niet alleen op haar past maar zij ook op oma.

Tamara Bos en Mischa Kamp

Tamara Bos en Mischa Kamp maakten eerder al HKet Paard van Sinterklaas en Waar is het Paard van Sinterklaas, beide films eveneens boekverfilmingen met scenario van Tamara Bos. Zij is een bekend kinderboekenauteur en scenarist van populaire films als o.a. Brammetje Baas en HKet Paard van Sinterklaas. Voor de laatste film won ze in 2005 een Gouden Kalf voor beste scenario. Haar kinderboek Papa, hoor je me? was in 2014 genomineerd voor de Deutsche Jugendliteraturpreis.

Kapsalon Romy wordt in Nederland uitgegeven bij Gottmer en de Duitse versie van het boek is op dit moment in Duitsland Boek van de Maand. De film werd geproduceerd door BosBros.

Reisverhaal

In 13 uur 7 uur rijden en 6 uur in een file vandaag. Brand aan de ringweg van Berlijn. Heb ik ook eens een record. Dat filestaan liet me niet onberoerd, to put it mildly.

Sommige van mijn gemoedsbewegingen zijn mogelijk over een flinke afstand te horen geweest. Ik had in Oost Polen terecht willen komen, maar het werd west. Gelukkig was er iets taalachtigs te genieten onderweg. Op een bord stond: Geschwindigkeit auf 60 beschleunigen. Dus: Snelheid tot 60 beperken/verminderen.

Ik begreep het dus wel, maar er was iets anders. Ik vond beschleunigen opeens een ontzettend vies woord . Kijk  verminderen begrijp je meteen: het moet minder. Beperken: stel je hebt een tuin en je bent op een stukje na alles aan het rooien, dan hou je een perk over, je hebt je tuin beperkt, ook duidelijk. Maar dat Duitse woord ‘beschleunigen’, jasses.

Dat dekt qua gevoelwaarde gewoon niet wat bedoeld wordt. Jammer, de Duitsers hebben gewoon een verkeerde keuze gemaakt. Het had een heel andere bestemming moeten krijgen. Je bent bijvoorbeeld aan het kaarten en één zit ongelooflijk vals te spelen, dan zeg je: Vuile hufter, jij zit de zaak te beschleunigen. Daar past dat woord.

Nog een voorbeeld: Een kennis van je doet onbeschaafde dingen met zijn procreatieve orgaan en maakt daar geluid bij. Jij roept dan: Antoine, hou eens op met dat beschleunigen in de gang. Het is gewoon een vies woord. De Duitsers gebruiken met alleen verkeerd. Maar luisteren, ho maar.

Europese Literatuurprijs naar Max, Mischa & het Tet-offensief

De jury van de Europese Literatuurprijs 2018 kent de prijs toe aan de Noorse auteur Johan Harstad en zijn Nederlandse vertalers Edith Koenders en Paula Stevens voor de roman Max, Mischa & het Tet-offensief (Podium). Schrijver en vertalers ontvangen de prijs op woensdagavond 31 oktober op het Crossing Border Festival in Den Haag.

De Europese Literatuurprijs bekroont de beste hedendaagse Europese roman die vorig jaar in Nederlandse vertaling is verschenen. De vakjury bestond dit jaar uit voorzitter Anna Enquist, schrijver en recensent Kees ’t Hart, boekhandelaren Nienke Willemsen (Literaire Boekhandel Lijnmarkt, Utrecht) en Hein van Kemenade (Boekhandel Van Kemenade & Hollaers, Breda), en literair vertaler Saskia van der Lingen (ELP-laureaat 2017).

Max, Mischa & het Tet-offensief is het verhaal van Max Hansen, die in de jaren zeventig en tachtig opgroeit in het Noorse Stavanger, waar hij uiting geeft aan zijn fascinatie voor de Vietnam-oorlog door met zijn vriendjes het Tet-offensief – de onverwachte aanval van de Vietcong op de Amerikanen – na te spelen. Als tiener verhuist hij (noodgedwongen) met zijn vader naar Amerika, naar New York. Daar probeert hij zin te geven aan zijn nieuwe bestaan samen met zijn beste vriend Mordecai, zijn geliefde Mischa en zijn oom en Vietnam-veteraan Owen, alle drie net als Max ontheemde migranten.

“Een overrompelende roman,” aldus de jury, “die de lezer meesleurt in de achtbaan van de recente geschiedenis.” De vertalers hebben met deze duo-vertaling een tour de force geleverd, waarbij de vele verwijzingen van de auteur naar bestaande én fictieve kunstwerken, films en toneelstukken een bijzondere uitdaging vormden. Ook zijn de juryleden onder de indruk van de kernachtige, met gevoel voor humor geformuleerde zinnen die de essentie van het leven raken, zoals op de laatste pagina van het 1.232 pagina’s tellende boek: ‘Dat alles beweging is. Stilstand bestaat niet. Er bestaan alleen te veel woorden.’ De jury heeft met deze prijs een roman willen bekronen die zij bewondert om haar briljante stijl en veelomvattendheid, een roman waarin de ‘veelheid’ als stijlfiguur dient om de onvermijdelijke loop der dingen in het leven voelbaar te maken.

Johan Harstad (Stavanger, 1979) brak door met de cultroman Buzz Aldrin, waar ben je gebleven? Daarna verschenen Hässelby, Darlah en de verhalenbundel Ambulance. Paula Stevens verzorgde deze Harstad-vertalingen, en vertaalde werk van onder anderen Per Petterson, Roy Jacobsen, Lars Saabye Christensen, Åsne Seierstad en Karl Ove Knausgård. Edith Koenders vertaalde eerder Deense auteurs als Dorthe Nors, Hans Christian Andersen, Søren Kierkegaard, Peter Høeg en Erling Jepsen. Over de vertaling van de nu bekroonde roman schreven ze voor de website van Athenaeum en het Letterenfonds.

Voor leesclubs die de vertalers willen uitnodigen om de roman (dit jaar) te bespreken is er een mooi aanbod.

De Europese Literatuurprijs wordt op 31 oktober voor de achtste keer uitgereikt en bestaat uit een geldbedrag van € 10.000 voor de schrijver en € 5.000 voor de vertalers van het bekroonde boek. Vorig jaar ging de prijs naar Max Porter en vertaler Saskia van der Lingen voor Verdriet is het ding met veren. Eerder wonnen onder meer Sandro Veronesi en Rob Gerritsen, Jenny Erpenbeck en Elly Schippers, Julian Barnes en Ronald Vlek, en Marie Ndiaye en Jeanne Holierhoek.

De Europese Literatuurprijs is een initiatief van het Nederlands Letterenfonds, Academisch-cultureel centrum SPUI25, weekblad De Groene Amsterdammer en Athenaeum Boekhandel en wordt financieel mogelijk gemaakt door het Nederlands Letterenfonds, het Lira Fonds, de De Lancey & De La Hanty Foundation, en elf zelfstandig opererende boekhandels.

Etymologie voor Roos

Paasloo, 2018

Hi Roos,

Je kent me niet, maar ik weet heel veel van jou, allemaal van je moeder. Nu je al bijna kunt schrijven, je gaat immers al gauw naar school, schrijf ik je maar eens om iets te vertellen over je naam.

Je heet Roos, dat is een leuke naam, een bloemennaam. Er zijn veel meer meisjesnamen die zo zijn, Iris, Margriet, Madelief. Maar ik vind Roos de mooiste. Dat vond Shakespeare ook al, hij vond in ieder geval dat ze lekker ruiken, want hij schreef: A rose by any other name would smell as sweet.

Weet je waar die naam vandaan komt. Hij komt uit het Latijn (rosa) via het Frans (rose). De Romeinen die Latijn spraken hadden het woord ook zelf niet uitgevonden, zij hadden het weer geleend van het Grieks (rhodon). Dat zit dan weer in Rhododendron. Daarvoor weten wij het niet, wel zijn er veel woorden in andere talen die er een beetje op lijken.

Er zijn veel verschillende versies van je naam, Roosje, Rosa, Rosina, Ros (ja, die ook). Maar er zijn er ook die er op lijken, zoals Rosalinda. In het Spaans betekent dat gewoon: mooie roos, maar eigenlijk is het een Germaanse naam, die beroemde slang of glanzend paard betekent. Wees maar blij dat jij geen ‘beroemde slang’ heet.

Je bent niet in je eentje met die naam. Er zijn in Nederland 9300 vrouwen, die als eerste naam Roos hebben en in 2017 kregen 378 baby’tjes de naam Roos, lang niet zoveel al Emma, die zijn er nu zoveel, dat als de juffrouw in de klas roept: Emma, dat dan 10 meisjes hun hand opsteken.

Weet je Roos, als jij groot bent, ga je het misschien ook leuk vinden om op te zoeken waar woorden vandaan komen. Dat heet ‘etymologie’. Maar eerst moet je maar gewoon Roos zijn en lekken spelen. En naar school gaan natuurlijk, zodat je Roos kan schrijven.

Tot later, Roos,

Max Gras

“Buschauffeurs zouden allang hebben gestaakt”

Aldus Maria Vlaar, voorzitter van de Auteursbond, in het Volkskrant-artikel van 4 augustus jl. over de vraag of schrijvers in Nederland nog wel kunnen leven van de pen. Conclusie van het artikel: de inkomsten van schrijvers zijn de laatste jaren steeds meer onder druk komen te staan, waardoor het vandaag de dag voor het gros van de schrijvers onmogelijk is ervan te leven. “Vrijwel niemand kan meer in stilte op een zolderkamertje zitten schrijven, zoals het romantische beeld wil, iedereen moet er werk naast doen.”

Lees meer >