Adverbiale kwesties

Een Belgische vertegenwoordiger van het spoorbedrijf vertelde over een jammere gebeurtenis. Mijn Vlaams is wat roestig, maar volgens mij is jammer ook bij onze taalgenoten een bijwoord. Echt een trend is het niet, denk ik, meer een fenomeen dat nooit helemaal weg is. Mijn wegge OV-kaart hoorde ik ook laatst. Mijn affe werkstuk, ook gehoord. Een ‘hele’ mooie dag is zelfs bijna de norm. Ik moet ermee leven. Sterker nog, de stemmen van degenen die stellen dat ik niet zo strikt moet zijn, worden talrijker. Taalpurist zijn is uit, wijst op ‘hele erge’ karakterologische dingen.

Nee, dan de Fransen en de Engelsen, die hebben nog herkenbare bijwoorden. Daar moet er nog ‘ment’ of ‘ly’ achter plakken. Luns probeerde dat indertijd nog in het Nederlands met zijn hees uitgesproken ‘bepaaldelijk’. Als je een ‘bijwoordachtervoegsel’ hebt, dan kan je ook gewoon een bijwoord maken van een bijvoeglijk naamwoord. Ready wordt dan gewoon readily. Kan ik meteen mijn liefste Engelse woord laten zien: apprehensive wordt gewoon apprehensively.

De Nederlandse vertaling ‘beducht’ is trouwens ook niet mis maar ‘beduchtelijk’ mag helaas niet.

Vaar goed, o nee, vaarwel.

Een hutkaartje: column Max Gras

Ik had een joodse schoonvader, een muzikaal begaafde man, die als je vroeg: wat is het derde thema in het tweede deel van  dat of dat pianoconcert, dan neuriede hij het. Dan nog zijn oeuvre aan joodse moppen en zijn kennis van het vooroorlogse joodse leven. Een bijzonder mens.

Zo vertelde hij een keer hoe men het noemde als een jood zich bekeerde tot het katholicisme: die of die heeft zich laten ‘schmadden’, uitgesproken met een Duitse ‘sch’. Wat een fantastische term! Alles zit erin: afkeuring is wel het minste, meer nog dat die bekering iets smerigs is, iets dat je je op laffe gronden hebt laten aansmeren, dat ie vies is. Met zo’n persoon kun je niet langer omgaan.

Toen ik kort geleden iets hoorde over prinses Laurentien, kwam –ik kon het niet tegenhouden- dat woord schmadden bij me op. Hoe kan iemand met de prettige naam Petra Brinkhorst zich laten aanleunen dat het huwelijk met een koninklijk lid, leidt tot zo iets idioots als zo’n titel en een andere naam. Kijk, als je zeven bent en je mooiste jurk is roze, dan zou zo’n keuze je weinig hoofdbrekens kosten. Maar als volwassene, ja, dan heb je je echt laten schmadden. Ik vermoed vooral weinig hoogstaande motieven.

Maar soit, negeren is waarschijnlijk beter. De kracht van zo’n term is interessanter.  Ook ontdekt je soms de kracht in kleinigheden. Als ik het woord ‘aftanken’ hoor, dan doemt meteen die tot de nok gevulde tank op. Op een andere manier is de in het timmervak gebezigde term ‘hutkaartje’ sterk. Het is natuurlijk een spoonerisme van kuthaartje (afkomstig van de Engelse dominee Spooner, die letterverwisselingen toepaste om zijn kerk wakker te houden). Je bent iets pas aan het zagen, je past het en je roept: er moet nog een hutkaartje af. Ik schat de eenheid ‘hutkaartje’ op 0,3 mm. Alle timmerlui weten dat.

Wat is taal leuk.

Vreemde persoonlijke voornaamwoorden

Giovanni van Bronckhorst: ‘Je gaat het veld op en je verwacht ….. dan moet je jezelf oppeppen… je staat voor een grote verantwoordelijkheid in dat doel ….’

‘Hebben we het plasje gedaan, mijnheer de Vries of gaan we tegenstribbelen. Wij gaan toch geen uitvluchten verzinnen.’ Verpleegsterstaal. Een variant is wel het met verhoogde stem uitgesproken: ‘en heeft ie een volle luier’.  Hier spreken moeders.

‘Wij, Willem Alexander, zien verder af van de troon’ (sorry, hier werd even de wens de vader van de gedachte).

Allemaal merkwaardige vormen van het persoonlijk voornaamwoord. De eerste ‘je’ hoor je regelmatig bij trainers, die merkwaardige menssoort, ze bedoelen niet degene die ze aanspreken, ook niet zichzelf, maar ze verplaatsen zich in de spelers, ze identificeren zich volledig met die ‘je’. Het is merkwaardig, maar op de één of andere manier lijk ik het te begrijpen. In die zin is het een geslaagde taalvorm.

‘We’ komt van de boven-ons-gestelden, die ons met maximale neerbuigendheid  bejegenen, terwijl zij mogelijk zelf menen ons prettig tegemoet te treden. Heel erg fout gebruik van het woord ‘we’.

‘Wij’ van de pluralis majestatis is ook van een enorme lulligheid, wat mij betreft. Hoewel ik het Bea nog wel heb horen gebruiken, is Alex er waarschijnlijk afgestapt.

Maar de verpleegster kan nog verder ontsporen. Als je dan je plasje hebt gedaan en zij zegt: ‘Top!’