Charlotte Köhler stipendium 2018

Nina Polak Foto: Inigo Garayo

Juryrapport Nina Polak- Charlotte Köhler stipendium 2018

Levenswijsheden zal je niet aantreffen in de twee romans van Nina Polak. Dit is geen auteur die haar lezers vertelt hoe het allemaal in elkaar zit. Wat zij te zeggen heeft over onze tijd, en dat is heel wat, verschuilt zich in de wederwaardigheden van haar heldinnen. Polak heeft een patent op eigenzinnige hoofdpersonen, die zich net naast iedere maatschappelijke kring voelen staan. Zowel ‘Skip’ uit Gebrek is een groot woord als Anna uit We zullen niet te pletter slaan hebben een genadeloze blik op de rommelige werkelijkheden van de mensen om hen heen. Hun scherpe en tegelijk liefdevolle toon wordt door Polak net zo zuiver getroffen als het taaltje waarvan de andere personages zich bedienen. Met haar springerige stijl kan Polak ieder sociaal milieu feilloos typeren en tegelijkertijd ontmaskeren.

Springerig ja, maar tegelijkertijd blijk gevend van de juiste toon. In Gebrek is een groot woord is Skip stevig in de weer een afscheidsbriefje te schrijven. Dat blijkt een hels karwei. De ene na de andere versie keurt ze af. Want de toon daarin – die van haar moeder – bevalt haar helemaal niet. Mooi hoe stijl en inhoud hier samenvallen: Skip wil niet als haar moeder zijn en daarom keurt ze de toon van haar moeder in haar eigen schrijven af. Je zou dat een vorm van overbewustzijn kunnen noemen, resulterend in twijfels en gemier, maar Polak ziet kans dat stilistisch een vorm te geven die zo’n situatie rechtdoet en die tegelijkertijd optilt boven wat ze is.

Het knappe aan Polaks taalgebruik is dat het contemporain is, actueel, en tegelijkertijd klassiek en tijdloos. Diezelfde kwaliteiten kenmerken de inhoud van haar verhalen. Enerzijds zijn het herkenbare sociale analyses van zoekende zielen in de post-2000 jaren. Anderzijds zijn haar verhalen allegorisch en universeel. Ze vertellen over de mens als eenling, die tegelijkertijd alleen in gemeenschap kan bestaan. Na zeven jaren zeilen moet Polaks hoofdpersoon in Gebrek is een groot woord, net als Odysseus en andere dolende voorgangers uit de wereldliteratuur, aan land komen en zich verhouden tot haar geliefden. De emotionele spanningsboog van Gebrek is een groot woord komt eruit voort dat Skip zich verzet tegen elk idee van behoren. En toch kan ze niet anders. Ze hoort bij haar alleenstaande moeder Nellie, of de herinnering van Nellie; ze hoort bij de Zeno’s, de familie-op-stand die haar ooit min of meer adopteerde; of ze het wil of niet fungeert ze als grote zus voor puberwonderkind Juda; en ze hoort bij Borg, socioloog en historicus, de man ‘met de mooiste handen van Amsterdam’ die met haar een lang gelukkig leven tegemoet wil gaan. Maar geluk is voor haar iets anders. Ze eindigt op haar boot, solo, omringt door een lege lucht. Vrij en toch weer niet.

Polaks romans gaan vooral over de vraag: bij wie hoor je? Aan wie verbind je je lot? Bij wie voel je je thuis? En wat moet je met de identiteit die zich door je afkomst en je jeugd aan je opdringt? ‘Familieromans’, dus eigenlijk, maar dat woord voelt misplaatst. Polak schrijft niet over de traditiegetrouwe nucleaire familie, maar over nieuwe samenstellingen, moeder met moeders, moeders in hun eentje, kinderen in andermans nesten. Ook in haar eerste boek, We zullen niet te pletter slaan, hebben de jonge hoofdpersonen die vrijheid-in-verbondenheid. Anna en haar broer Schard vliegen allebei hun nest uit, op zoek naar – of smachtend naar – mensen bij wie ze kunnen en mogen horen. Ze zoeken het allebei in de liefde, en allebei vinden ze niet wat ze echt zoeken. Uiteindelijk, weet je als lezer, horen ze bij elkaar. We zullen niet te pletter slaan eindigt met het beeld van Anna, die haar broer Schard aan ziet komen lopen, door de regen en door de koude. Ze wil zich over hem ontfermen, zoals hij zich op zijn beurt over een haast verzopen schaap ontfermde. Het is de slotzin van het boek: ‘Ze zal thee voor hem maken.’ Moederlijker kan niet- en tegelijk zijn de pogingen om voor de ander te zorgen bij Polak altijd klungelig en tweeslachtig.

Omdat de jury zich verheugt op nieuwe romans van deze oorspronkelijke en scherpe schrijfster, omdat we razend nieuwsgierig zijn waar het naar toe gaat, en omdat we haar alle schrijftijd van de wereld gunnen, kennen we Nina Polak het Charlotte Köhler stipendium 2018 toe.

Joost de Vries, Jeroen Vullings en Yra van Dijk, 15 oktober 2018