Nieuws

Nooit meer btw-administratie, of toch?

22 oktober 2019

Door Miro Lucassen
> Lees ook de reactie van Jan Marten de Vries

Wordt de aangifte over het vierde kwartaal van 2019 de laatste in je btw-administratie? Dat lijkt te kunnen nu er een nieuwe kleine ondernemersregeling (KOR) in werking treedt die vrijstelling mogelijk maakt voor zelfstandigen met een btw-plichtige jaaromzet van minder dan 20.000 euro.

Toch kan het voor sommigen voordeliger zijn om wel btw te blijven heffen en af te dragen. In dit stuk staan de grote lijnen. Ga verder vooral te rade bij je boekhouder of financieel adviseur en wacht niet te lang: de Belastingdienst wil voor 20 november bericht, anders blijft je onderneming in 2020 btw-plichtig.

Nooit met btw te maken gehad? Dan val je onder de algemene vrijstelling voor creatief werk en verandert er niets. Veel auteurs kunnen echter niet alleen van de zuivere creatieve inspanningen leven en hebben als zelfstandige ondernemers een gemengde praktijk. Een deel van het werk valt dan onder de plicht om btw te heffen en af te dragen. Iets schrijven voor het jaarverslag van een bedrijf bijvoorbeeld, is btw-plichtig, net als tegen een vergoeding optreden in een tv-quiz of een reclametekst maken voor een bevriende ondernemer: 21 procent belasting op je factuur. Blijf dat bij kleine klusjes, dan zit er vanouds een aangenaam extraatje in het vat: wie maar een beetje btw bij zijn klanten hoeft te heffen, mag de opbrengst houden. Dat heet de kleine ondernemersregeling (KOR).

Nieuwe KOR
Dat feest is voorbij in 2020, officieel om de administratieve lasten van het bedrijfsleven te verlichten. De oude KOR werkte met formules waar een boekhouder niet wakker van ligt, maar het kon eenvoudiger. De nieuwe KOR kent slechts één kengetal: je omzet – althans je omzet uit btw-plichtige activiteiten zoals die reclameteksten. Blijft dat deel van je omzet onder de 20.000 euro per jaar, dan mag je de Belastingdienst definitief vrijstelling vragen van alle btw-plichten. De overheid presenteert dat graag als pluspunt, zelfs met rekenvoorbeelden van kleine ondernemers als een nagelstudio aan huis, die erop vooruit gaan doordat ze bij hetzelfde tarief meer btw mogen houden.

Helaas, voor de meeste zelfstandige schrijvers zit dat er echt niet in. Onze btw-plichtige omzet zit meestal bij zakelijke klanten, die de aan ons betaalde btw weer van hun aangifte kunnen aftrekken. Als wij ze in 2020 een factuur voor hetzelfde totaalbedrag sturen zonder btw te vermelden, gaan de kosten voor onze klant 21 procent omhoog. Mooi als het lukt, maar vermoedelijk komt daar eerst wat onderhandelen aan te pas. Geef je de klant die 21 procent korting, dan krijgt je zakelijke imago een deuk: je laat zien dat je voor de Belastingdienst maar een kleine krabbelaar bent.

Btw-tegenvaller
Ander puntje van aandacht: als je zelf geen btw meer rekent, kun je ook de btw op je bedrijfskosten niet meer aftrekken van je aangifte. En mocht je door een speling van het lot toch boven de 20.000 euro btw-plichtige omzet uit komen, dan moet je weer minimaal drie jaar aangifte doen en btw afdragen. Je voelt hem al aankomen: die btw-tegenvaller wordt iets lastigs om uit te leggen en door te berekenen aan klanten.

Niet doen dus, die vrijstelling? Helaas, zo simpel kan het advies niet zijn. Stel dat je vrijwel nooit commercieel klusjes doet maar wel je eigen boeken verkoopt aan particulieren, op beurzen, lezingen en dergelijke. Of dat nu gaat om een uitgave in eigen beheer of om voorraad van de uitgever die je met korting hebt ingekocht, je moet je houden aan de vaste boekenprijs. En daar zit 9 procent btw in. Als je de vrijstelling kiest en in 2020 onder de drempel blijft, mag je die btw houden – dat kan toch weer een meevaller zijn.

Overleg dus met je boekhouder aan de hand van je laatste jaarcijfers. En wil je vast een globaal beeld hebben van je btw-positie in 2020, kijk dan eens op mijn btw-indicator, een hobbyproject van de auteur.

 

Reactie Jan Marten de Vries: De OVOB, voor weinigen een gelukkige keuze

Naar aanleiding van de invoering van de OVOB, de nieuwe kleine ondernemersregeling voor de btw, voorheen KOR, ben ik eens aan het rekenen geslagen hoe deze regeling voor mij in de toekomst uit zou pakken. Het opmerkelijke resultaat daarvan wil ik graag delen.

Ik ben pianist-componist-tekstschrijver/redacteur. Vooral vanwege deze laatste werkzaamheden ben ik lid van de Auteursbond. En, hoewel een deel van mijn bedrijfsvoering muziekspecifiek is, volgt mijn inkomsten- en uitgavenpatroon die van de doorsnee (kleine) kunstenaar.

Gelukkig heb ik voor een dag in de week een vaste baan als musicus. De overige tijd ben ik zzp-er. Over de periode 2011-2019 jaar bedroeg mijn omzet gemiddeld € 27.000,-, mijn winst € 11.500,-. Gemiddeld genomen bestaan mijn ontvangsten voor een derde uit voor de omzetbelasting vrijgestelde inkomsten (auteursrechten) en voor twee derde uit belaste activiteiten, vooral met het lage tarief.

Onder de huidige KOR kwam ik daarmee ruim onder het vrijgestelde bedrag. Een keuze voor deelname aan de OVOB in de toekomst is op basis van deze gegevens snel gemaakt.

Toch vermoedde ik al snel dat er een addertje onder het gras zou zitten. De OVOB is immers niet winstgerelateerd, maar omzetgerelateerd.

Om voor de OVOB in aanmerking te komen, moet de belaste totaalomzet onder de € 20.000,- blijven.

En dat zou mij met de cijfers van de afgelopen jaren vaak niet gelukt zijn. Ook al omdat voor de OVOB het begrip ‘omzet’ net iets anders is.

  • Op het moment dat ik mijn bedrijfsauto verkocht om een kleinere te gaan rijden, verkocht ik de oude voor € 5.000,- en kocht ik een nieuwe voor € 7.000,-. Onder de KOR werd de btw in principe geheven over het verschil van die twee, dus over € 2.000,-. Maar onder de OVOB telt de volledige € 5.000,- als omzet (zelfs al koop ik bij een particulier).
  • Hetzelfde geldt voor het inruilen van mijn piano voor een vleugel.
    Als componist/pianist verschijn ik geregeld met een strijkkwartet. De kosten brengen de muzikanten bij mij in rekening. Ik factureer vervolgens altijd alles in één keer bij de opdrachtgever. Doorfactureren als organisator zorgt ervoor dat je wel heel snel die € 20.000,- haalt.
  • In 2019 kwam een eind aan een slepende auteursrechtkwestie. De Auteursbond schoot juridische kosten voor. Die kosten kreeg ik naderhand vergoed van de wederpartij. Die vergoeding heb ik overgemaakt naar de Auteursbond. Maar aangezien alle juridische kosten en vergoedingen belast zijn met 21 procent btw wordt mijn omzet op papier ineens verhoogd met € 10.000,- terwijl mijn winst nul is.

Omzetgerelateerd is dus heel wat anders dan winstgerelateerd. En daarbij: de koop van een auto en een muziekinstrument kun je nog een beetje plannen, maar teruggave van juridische kosten niet of nauwelijks. Er zijn een hoop ontvangsten die je niet kunt plannen. Een particulier die schade veroorzaakt aan je bedrijfsauto, je instrument. Als die de schade betaalt, wordt dat opgeteld bij je btw-ontvangsten. Terwijl je er zelf geen cent wijzer van wordt, omdat de schade hersteld moet worden.

En zelfs het plannen van de vervanging van een bedrijfsmiddel wordt ingewikkeld. De OVOB geldt namelijk voor drie jaar. Wat als ik plotseling tegen een fantastisch instrument aanloop? Mijn auto te klein of te groot blijkt?

Als ik zo de afgelopen jaren bekijk, zouden in vier van de negen jaar mijn btw-belaste ontvangsten boven de € 20.000,- komen. De kans dat er drie achtereenvolgende mindere jaren tussen zitten, is heel klein. En áls dat gebeurt, dan is het nog niet duidelijk hoe de Belastingdienst daar tegenaan kijkt. Wel is duidelijk dat je vanaf het moment dat je in een jaar de € 20.000,- overschrijdt, btw op je factuur moet gaan doorberekenen. Maar het is nog onzeker, of je over de eerste € 20.000,- niet alsnog btw moet betalen. En die kan je dan niet met terugwerkende kracht aan je opdrachtgevers doorberekenen, dus moet je die zelf betalen. Ergens tussen de € 1.800,- en € 4.200,-.

Geen btw-boekhouding, het lijkt zo’n prachtig visioen. Maar je kan er dus zomaar weer toe gedwongen worden. In ieder geval moet je onder het OVOB-regime zo tegen het eind van het jaar goed kijken of je onder de € 20.000,- blijft. En dat is weer een andere vorm van boekhouden.

Alle risico’s bij elkaar genomen, neem ik in ieder geval de beslissing om niet deel te nemen aan de OVOB. En ik ken geen enkele muziekcollega die ik het zou adviseren. Eigenlijk wil ik elke kunstenaar waarschuwen: met de OVOB kom je snel in de problemen. Weet waar je aan begint.

Jan Marten de Vries
18-10-2019