De werkplek van…Maria Postema

Foto's: Joy Hansson
11 februari 2026

Wie zijn onze leden? Waar werken ze aan? En vooral: wáár werken ze? Op welke plek ontstaan al die prachtige boeken, toneelstukken en filmscenario’s? In De Werkplek kijken we binnen bij schrijvers en nemen we plaats aan het bureau. Een rubriek over routine, rituelen en het waarom van schrijven.

“Een goede vertaling is als een warm bad waarin je helemaal weg kunt glijden.”

Maria Postema (1981) vertaalde tientallen kinderboeken en jongerenromans, waaronder de hitseries Twilight, The Hunger Games, Gone en Divergent. Ze maakte een lovend ontvangen bewerking van Mary Shelley’s Frankenstein en schreef meerdere korte verhalen voor kinderen en jongeren. In 2024 won ze de Filter Vertaalprijs voor kinder- en jeugdliteratuur voor haar vertaling van Julia en de haai van Kiran Millwood Hargrave.

Waar is je werkplek?

Mijn werkplek is in bedrijfsverzamelpand Hooghiemstra in Utrecht. Ik huur met acht andere creatieve zzp’ers een kantoor, waar we ieder ons eigen bureau hebben. We noemen onszelf De Directeuren (of als we heel melig zijn De Sexy Directiesectie), omdat we als zzp’er allemaal de baas van onze eigen toko zijn. Voor mij is het fijn om de deur uit te gaan voor mijn werk, omdat ik anders geneigd ben om in een soort pyjamazombie te veranderen die dag en nacht achter haar computer zit te tikken. Op deze manier hou ik meer kantooruren aan en ben ik ook echt ‘op mijn werk’. Daarnaast is het heel leuk om met vrienden een kantoor te delen; schrijven en vertalen kan best eenzaam zijn en zo heb je toch mensen om mee te sparren.

Waar kijk je op uit?

Ik heb twee hele grote schermen voor mijn neus dus ik kijk vooral daarop uit, haha. Maar als ik daaroverheen gluur, zie ik collegavertaler Roos van de Wardt, die vooral literatuur voor volwassenen vertaalt. Als ik opzij kijk zie ik de bomen van het Griftpark, dat is heel fijn. Sinds kort hebben we zo’n voederplankje voor vogels aan het raam hangen, dus we zijn nu de hele tijd afgeleid door alle pimpelmezen, koolmezen en halsbandparkieten die komen snacken.

“Voor mij is het fijn om de deur uit te gaan voor mijn werk, omdat ik anders geneigd ben om in een soort pyjamazombie te veranderen”

Wat mag op jouw werkplek niet ontbreken?

Een koffiezetapparaat. Een noisecancelling koptelefoon voor als ik me echt moet concentreren. En planten. Elke werkplek knapt op van groen, ik kan het iedereen aanraden.

Kun je iets vertellen over de voorwerpen die op de foto’s te zien zijn?

Het borduurwerk heeft een kantoorgenoot een paar jaar geleden voor mij gemaakt als Sinterkerstcadeau. Het is het omslag van mijn bewerking van Frankenstein in combinatie met boeken en mijn (onlangs overleden) kat George, allemaal dingen die me erg dierbaar zijn. Ik word altijd heel blij als ik ernaar kijk. Aan de muur hangen een concertposter van mijn band Le Garage in het voorprogramma van James Leg, een van mijn muzikale helden, en een gesigneerde print uit het heerlijke prentenboek Een huis voor Harry, van de Vlaamse illustrator Leo Timmers.

Het boekenkastje heb ik ooit ergens bij het grofvuil opgepikt en geel geschilderd. Het staat vol met titels die ik heb vertaald en geschreven en die daar vrij willekeurig in beland zijn, met erbovenop items waar ik vrolijk van word, zoals het Mariabeeldje (een van vele uit mijn collectie) en een prentenboek van Ingela Arrhenius. De Steen van Rosetta-mok komt uit de souvenirshop van het British Museum en is een beetje een vertalersnerdding: de Steen van Rosetta was cruciaal voor de ontcijfering van hiërogliefen. En er ligt een stapeltje researchboeken – de reisgids heb ik bijvoorbeeld uit de bibliotheek gehaald omdat de hoofdpersonen in een van mijn boeken even in Florence waren. Dan is zo’n reisgids meestal fijner dan eindeloos googelen naar de juiste termen, zeker met de onbetrouwbare AI-resultaten en automatisch vertaalde websites die zoekmachines je tegenwoordig voorschotelen.

Hoe ziet je schrijfroutine eruit?

Ik ben niet zo’n ochtendmens, dus ik ga ’s ochtends meestal eerst sporten, zodat ik dat alvast gehad heb en een goede reden heb om op tijd op te staan. Meestal ben ik rond 10 uur op kantoor en ga ik door tot een uur of 18, maar als ik deadlines heb, werk ik ook ’s avonds en in het weekend. Ik werk altijd op de computer; op het ene scherm staat mijn Worddocument en op het andere het boek dat ik aan het vertalen ben. Vroeger zette ik het papieren boek altijd op mijn bureau in een kookboekenstandaard, maar tegenwoordig werk ik bijna altijd met een PDF – dat is ook handiger als je dingen terug wilt zoeken bijvoorbeeld.

Heb je bepaalde rituelen?

Ik heb een boek geschreven dat Maak het af heet, over projecten afmaken, en daar benadrukken mijn medeauteur en ik het belang van rituelen om in de juiste flow te komen. Ik zou willen dat ik hier nu allerlei fraaie dingen kon noemen, maar zelf ben ik er eigenlijk heel slecht in – ik kom op kantoor, drink een kop koffie, check het nieuws en ga aan het werk.

‘‘Ik wist op mijn vijftiende al dat ik kinderboeken wilde vertalen.’’

Luister je naar muziek als je schrijft?

Meestal heb ik een album of playlist op repeat staan dat of die ik al heel goed ken, zodat ik een soort muzikaal behang heb waar ik lekker op werk, maar waardoor ik niet word afgeleid. Mijn Spotify Wrapped is dan ook altijd een heel wonderlijk allegaartje dat ik nooit durf te delen, van Taylor Swift tot Creedence Clearwater Revival en van alles ertussenin.

Is schrijven je hoofdberoep?

Ja, ik vertaal kinder-, jeugd- en YA-boeken en daar ben ik meer dan fulltime mee bezig. Daarnaast schrijf ik boeken en korte verhalen voor kinderen en jongeren en non-fictie voor volwassenen. En ik drum dus in Le Garage, een vuige bluesband waar ik regelmatig mee optreed. Ik hou van op het podium staan, dus dat is een fijne afwisseling met in m’n eentje achter de computer zitten.

Waar werk je op dit moment aan?

Ik ben met allerlei boekvertalingen bezig, van vervolgdelen van fantasyseries tot een graphic novel voor kinderen over vervelende elfjes en een nieuw boek uit een serie over een atletiekteam van de Amerikaanse schrijver Jason Reynolds. Never a dull moment!

Op welk werk ben je het meest trots?

Ik kijk met heel veel plezier terug op mijn jongerenbewerking van Frankenstein van Mary Shelley, die ook nog eens prachtig geïllustreerd is door Sophie Pluim. De vertaling van 67 seconden van Jason Reynolds, een vrijeversroman over bendegeweld, was heel pittig maar geweldig om te doen, en ik ben heel blij met het eindresultaat. Mijn vertalingen van De Hongerspelen-serie zijn me ook erg dierbaar, omdat het best bijzonder is om onderdeel te zijn van iets wat zo’n popcultureel fenomeen wordt. En het zijn nog goede boeken ook.

Waarom vertaal je?

Ik wist op mijn vijftiende al dat ik kinderboeken wilde vertalen en ik vind het nog steeds het mooiste beroep ter wereld. Ik vlieg mee op eenhoorns, ga naar elfenwerelden, woon het ene moment in een vuurtoren op de Shetland-eilanden en dan weer in een ruige wijk in New York. Het is heerlijk om helemaal in een boek te duiken en op woordniveau te bedenken hoe een auteur iets in het Nederlands zou zeggen, om woordgrapjes en rijm te vertalen, namen te verzinnen, dialogen zo soepel mogelijk weer te geven, ritme en klank te zoeken en ga zo maar door. Eigenlijk ben ik de hele dag taalpuzzels aan het maken – en laat dat nou net iets zijn wat ik eigenlijk het allerliefste doe.

Wat is de belangrijkste eigenschap voor een vertaler?

Een vlekkeloze beheersing van het Nederlands, want je moet alle registers open kunnen trekken om de stem van de auteur in je eigen taal perfect te kunnen treffen. Daarnaast moet je eindeloos dingen opzoeken en controleren, en zo perfectionistisch zijn dat je net zo lang blijft prutsen en schaven tot alles klopt, tot de laatste komma aan toe.

Welk boek(en) lees je op dit moment?

Veranderen: methode van Édouard Louis, vertaald door Reintje Ghoos en Jan Pieter van der Sterre. Ik lees het met mijn leesclub; we zijn ook naar zijn ILFU Book Talk in de Utrechtse Stadsschouwburg geweest, een erg indrukwekkende en inspirerende avond. Daarnaast lees ik het eerste deel van Doggerland van Maria Adolfsson, vertaald door Elina van der Heijden. Ik hou van een goeie thriller en deze bevalt tot nu toe uitstekend. Albatros van Yorick Goldewijk ligt ook klaar, een nieuw kinderboek waar ik erg nieuwsgierig naar ben.

Wie van je collega’s zou meer gelezen moeten worden?

Al mijn collega’s. De laatste tijd is er gelukkig wat meer aandacht voor vertalers en vertalingen; zo wordt de naam van de vertaler bijvoorbeeld steeds vaker op het omslag vermeld. En terecht – een goede vertaling is als een warm bad waarin je je helemaal weg kunt glijden. De vertaler heeft voor jou de hele tekst uitgeplozen en eindeloos gewikt en gewogen over de juiste manier om het oorspronkelijke verhaal in jouw taal tot zijn recht te laten komen. Goede vertalers zijn goud waard en onmisbaar voor de literatuur, daar mag best nog wat vaker bij stilgestaan worden.

”Ik vind het heel belangrijk dat we ons als beroepsgroep verenigen en ik ben de bond ongelooflijk dankbaar voor al het werk dat ze onvermoeibaar blijven doen om de positie van schrijvers en vertalers te versterken.’’

AI = Jatwerk! Schrijvers en vertalers komen in actie!