Aangepaste regelingen Projectsubsidies en Ontwikkelbeurzen

Vragen en antwoorden
22 januari 2026

De regelingen Projectsubsidies en Ontwikkelbeurzen gaan in 2026 veranderen. Dat maakte het Letterenfonds in september 2025 bekend. Wat verandert er precies? En wat betekent dit voor jou? Een delegatie schrijvers bezocht het Letterenfonds en stelde vragen.

Wat gaat er precies veranderen in 2026?

Ook nog niet gedebuteerde schrijvers en makers van beeldverhalen kunnen nu aanvragen, net als literaire makers en organisaties die gevestigd zijn op Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten. Bij de beoordeling van een aanvraag zal voortaan het meest recente werk zwaarder wegen dan voorheen en er komen meer aanvraagmomenten. Vertalers uit het Nederlands, Fries en Papiaments kunnen de komende jaren ook een bijdrage ontvangen voor professionele ontwikkeling. Meer over de veranderingen is te lezen op de website van het Letterenfonds.

Hoewel die verbreding klinkt als goed nieuws, waren er veel vragen bij auteurs over hoe een en ander voor hen zou uitpakken. Er klonken kritische geluiden. Zo zijn er vanaf 2026 nog maar twee bedragen die auteurs kunnen ontvangen: 15.000 voor projecten die hooguit twee jaar duren, en 30.000 voor projecten van twee jaar of langer. Voorheen was het maximale bedrag voor oeuvrebouwers 55.000 en voor ervaren schrijvers 40.000 euro. Een aanzienlijke verlaging van het subsidieplafond dus. Ook zijn er auteurs die vrezen voor juridisering en bureaucratisering van het aanvraagproces.

Een aantal auteurs bezocht het Letterenfonds om de verzamelde vragen namens de Auteursbond en Fixdit te stellen. Aanwezig waren: Christine Otten, Emy Koopman, Marijke Schermer, Anja Sicking en Manon Uphoff. Vanuit het Letterenfonds: Romkje de Bildt, Luuk Maas, Denise Larsen en Raoul Markaban.

Vanwaar deze veranderingen?

‘Als Letterenfonds hebben we de taak om te kijken: klopt wat we doen nog met de werkelijkheid? De oude regeling ging al lang mee. Wij hebben onder auteurs een onderzoek gedaan, daar kwam uit naar voren dat we niet transparant en toegankelijk genoeg waren. We zouden ook onvoldoende aan talentontwikkeling doen en het zou moeilijk zijn om ertussen te komen. Voor de Caribische schrijvers geldt dat de beurzen al wel voor hen openstonden, maar dat ze in praktijk nooit aan de voorwaarden konden voldoen, daarom is dat onderdeel aangepast. We wilden minder gericht zijn op het oeuvre, om nieuwe mensen een kans te geven en om te voorkomen dat we een slecht boek van een goede auteur moeten subsidiëren. Ten slotte kregen we signalen vanuit OCW en de visitatiecommissie dat we te veel regelingen hadden. Dat zorgde voor een te hoge werkdruk. Hier is onderzoek naar gedaan: Evaluatie regelingen Nederlands Letterenfonds.’

Is dit geen verdere bezuiniging op literatuur, gezien de subsidieplafonds van maximaal vijftien- en dertigduizend?

‘Voor een behoorlijk aantal auteurs gaat het bedrag juist omhoog. Het was immers een getrapt systeem, waarbij de kwaliteitsbeoordeling het bedrag bepaalde. De meeste auteurs zaten niet op de maximumbedragen, maar op een lagere trede, ergens tussen € 15.000 en € 27.500, ook bij projecten van twee jaar of langer. Bij een toekenning krijgt die laatste groep nu € 30.000. Alleen enkelen binnen de oeuvrebouwers-categorie gaan er flink op achteruit. Voor de categorie ervaren schrijvers gaat het om € 3000 minder die ze maximaal kunnen krijgen. Wij willen graag een zo breed mogelijke groep bedienen, maar we zijn schaarste aan het verdelen – sinds de bezuinigingen door Halbe Zijlstra is de pot niet groter geworden. Met een beperkt budget betekent de toekenning van de een de afwijzing van de ander. Als we de regels zouden oprekken voor de ene auteur, dan valt een andere auteur buiten de boot. De groep als geheel schiet er dus niets mee op. Dat in de regeling een puntentelling wordt opgenomen is iets wat OCW van ons vraagt, daar kunnen we niet omheen.’

Juist de fase van een oeuvre bouwen is taai, je bent niet meer nieuw dus de aandacht is afgenomen, terwijl je nog wel wil experimenteren. Dat er dan wordt gekeken naar het laatste boek is zorgelijk, want het kan voorkomen dat je een misser hebt. Wordt daar rekening mee gehouden?

‘Je bent niet meteen af bij één slecht boek, dat idee klopt niet. We gaan wel het vooruitkijken en het laatste boek zwaarder laten meewegen dan tot nu toe het geval was, maar dat betekent ook dat je dat ene slechte boek niet voor eeuwig met je meesleept, het weegt alleen bij die ene aanvraag even wat zwaarder.’

Oeuvres van vrouwelijke auteurs worden sowieso al veel minder (h)erkend, wat overblijft in de canon is zeer miniem. Vanuit Fixdit zouden we graag willen dat het Letterenfonds aandacht besteedt aan deze achterstelling. Blijft het fonds wel voldoende ondersteunend voor vrouwelijke oeuvrebouwers?

‘Deze achterstelling is er natuurlijk, maar is in het licht van deze subsidieregeling eigenlijk niet relevant: geslacht/gender speelt geen rol in de behandeling van subsidieaanvragen. We bekijken het per persoon.’

Stel bijvoorbeeld dat een auteur van in de zeventig met een groot oeuvre met een privédomeinachtig plan komt. Voor de auteur zelf, voor het bestendigen van haar nalatenschap, is dat zeer belangrijk, maar vernieuwend is het niet. Zou dat plan nu niet meer in aanmerking komen?

‘Dat is niet gezegd, vernieuwing is slechts één van de bepalende factoren bij van een beslissing, daar werd overigens bij de oude regeling ook naar gekeken. Criterium 1 is het reeds geschreven werk, dat is voor een deel het oeuvre en voor een deel het laatste werk. Criterium 2 is het projectplan, een onderdeel daarvan is vernieuwing. Een commissie beoordeelt het geheel, het is geen uitgemaakte zaak dat je dan slecht zou scoren met dit privédomeinachtige plan.’

Voor debutanten waren er lang nauwelijks subsidiemogelijkheden, maar die situatie is inmiddels veranderd. Zo is er nu het Amarte Fonds, dat subsidieert tot het derde boek, juist daarna is er voor auteurs alleen nog het Letterenfonds. Is het niet beter om te kiezen voor duurzaamheid?

‘Wij willen schrijvers ook langdurig ondersteunen, maar we willen ook vernieuwing, diversiteit. Het Amarte Fonds geeft € 2750 voor een ontwikkelbeurs en € 5500 voor een project. Het gaat bij deze nieuwe regeling van ons fonds in eerste instantie om slechts tien aankomende debutanten per jaar. We zien talentontwikkeling ook als onze taak. We hebben Berenschot laten uitrekenen wat het betekent voor alle groepen als we gaan verbreden en daar kwam dit compromis uit.’

Maar is het niet aan uitgevers om het risico te nemen met een debutant?

‘Debutanten vroegen zich vaak af waarom er voor hun categorie schrijvers geen regeling was. Met alleen het vaak bescheiden voorschot redden ze het niet.’

Je mag vanaf 2026 alleen nog een aanvraag doen voor één project tegelijk. Er zit echter vaak een aanzienlijke periode tussen het afronden van het schrijfproject en de publicatie van het boek. Kun je dan dus nog geen nieuwe aanvraag doen?

‘Ja, dat is nu inderdaad zo, dat is misschien iets waar we nog eens naar moeten kijken.’

Wat betekent dat voor mensen die nu twee projecten hebben lopen, komt er een overgangsregeling?

‘Ja, die komt er. We hebben twee miljoen euro extra gekregen voor deze beleidsperiode (de komende twee jaar) om dit probleem op te vangen. We willen de nieuwe regeling ook gaan evalueren. We denken dat deze veranderingen een goed idee zijn, want nu zien we een heel deel van het veld niet. Om daar zicht op te krijgen moeten we iets proberen. Het gaat dan bijvoorbeeld om debutanten, illustratoren van prentenboeken/graphic novels/kinderboeken en spoken word-artiesten. We hebben geprobeerd de deur een beetje verder open te zetten voor andere groepen zonder anderen te benadelen. De overgangsregeling is heel fijn om de klappen op te vangen en iedereen, zowel de schrijvers als het Letterenfonds, tijd te gunnen.’

Is er met de nieuwe regeling nog ruimte voor maatwerk?

‘We moeten het Letterenfonds toegankelijker maken voor iedereen. De keerzijde van het eerdere maatwerk was dat degenen die de weg naar ons wisten te vinden een voordeel hadden, een beetje “ons kent ons”. Maar het andere uiterste is dat het fonds een formalistische organisatie wordt – dat is nadrukkelijk niet de bedoeling van de nieuwe regeling. Sommige mensen ervaren een enorme drempel, die hopen we te verlagen.’

Gaat de procedure nu bureaucratischer worden, met afwijzingsverslagen waarin elke mogelijkheid tot bezwaar wordt afgehamerd?

‘De procedure blijft hetzelfde. Alleen als je erom vraagt krijg je een inhoudelijke motivering bij een afwijzing. En ook belangrijk om te vermelden: genrewissels worden nu niet meer afgestraft, dat was in de oude regeling wel het geval. Verder zijn de ontwikkelbeurzen verbreed, die staan nu ook open voor debutanten.’

Ten slotte

Iedereen is het erover eens dat er meer geld naar de Letteren zou moeten. De Raad voor Cultuur schreef in een recent advies dat als de overheid niet investeert in cultuur, private partijen dat ook niet zullen doen. Er heerst in de Nederlandse politiek een algemene sfeer van cultuurvijandigheid. In de Letteren [Nv1.1]hebben we iedereen nodig, het hele veld, we willen niet dat groepen tegen elkaar worden uitgespeeld. De culturele basisinfrastructuur (BIS) staat onder druk en gaat binnenkort op de schop, daar maken wij ons allemaal zorgen over. De overgangsregeling voor de komende twee jaar kan ook een aanknopingspunt zijn voor een nieuw gesprek met de overheid. Schrijvers die in het nauw komen door de veranderingen rondom de subsidies kunnen mogelijk een ontwikkelbeurs aanvragen. Hierover volgt op een later moment meer nieuws.

AI = Jatwerk! Schrijvers en vertalers komen in actie!